De Tekst van 2 Koningen 23:20
2 Koningen 23:20 beschrijft een van de meest drastische momenten in koning Josia's religieuze hervormingen: 'Al de priesters van de hoge plaatsen die daar waren, slachtte hij op de altaren en verbrandde mensenbeenderen daarop. Daarna keerde hij terug naar Jeruzalem.'
Historische Context van Josia's Hervormingen
Dit vers staat in het hart van hoofdstuk 23, dat Josia's uitgebreide religieuze zuivering beschrijft. Na de ontdekking van het wetboek (waarschijnlijk Deuteronomium) tijdens tempelrestoraties, ondernam Josia (regeerde 640-609 v.Chr.) een radicale hervorming om Juda terug te brengen tot zuivere JHWH-aanbidding.
Betekenis van de Sleutelwoorden
Het Hebreeuwse woord voor 'slachtte' (זבח, zavach) wordt gewoonlijk gebruikt voor rituele offers, wat ironisch is - Josia offert de heidense priesters op hun eigen altaren. Het verbranden van 'mensenbeenderen' (עצמות אדם, atsmot adam) maakte de altaren permanent onrein volgens de wet van Mozes.
Vervulling van Profetie
Deze daad vervult de profetie uit 1 Koningen 13:2, waarin een profeet voorspelde dat een nazaat van David genaamd Josia de priesters van de hoge plaatsen zou offeren op hun altaren. Deze vervulling, ongeveer 300 jaar later, toont Gods trouw aan Zijn woord.