De tekst van 2 Koningen 23:12
2 Koningen 23:12 beschrijft hoe koning Josia de altaren wegnam die de koningen van Juda op het dak van de bovenkamer van Achaz hadden gemaakt, evenals de altaren die Manasse in de twee voorhoven van het huis des HEREN had opgericht. Deze vers is onderdeel van Josia's grootschalige religieuze hervorming.
Historische achtergrond
Dit vers speelt zich af tijdens de regering van koning Josia van Juda (ca. 640-609 v.Chr.). Josia ondernam een radicale religieuze hervorming om het volk terug te brengen tot de zuivere aanbidding van JAHWEH. Voor zijn tijd hadden koningen zoals Achaz en Manasse heidense cultusobjecten en praktijken geïntroduceerd in Jeruzalem en zelfs in de tempel zelf.
De altaren op het dak
De 'bovenkamer van Achaz' verwijst waarschijnlijk naar een ruimte op het dak van het paleis waar koning Achaz (ca. 735-715 v.Chr.) altaren had laten bouwen voor sterenaanbidding. Het Hebreeuwse woord 'gag' (dak) wijst op platte daken die gebruikt werden voor religieuze rituelen gericht op hemellichamen.
Manasse's altaren in de tempel
Koning Manasse (ca. 697-642 v.Chr.) had zelfs binnen de heilige ruimte van de tempel altaren opgericht voor vreemde goden. De 'twee voorhoven' verwijzen naar de binnenste en buitenste voorhof van de tempel. Dit was een extreme schending van de heiligheid van Gods huis.