De Tekst van 2 Koningen 13:7
2 Koningen 13:7 beschrijft de dramatische verzwakking van het Israëlitische leger onder koning Jehoahaz: 'Van Jehoahaz' leger bleven alleen vijftig ruiters, tien strijdwagens en tienduizend voetgangers over. De koning van Aram had de rest vernietigd en ze gemaakt als stof dat wordt vertapt.'
Historische Achtergrond
Dit vers speelt zich af tijdens de regering van Jehoahaz over het noordelijke koninkrijk Israël (814-798 v.Chr.). Het Aramese koninkrijk onder koning Hazaël had Israël herhaaldelijk aangevallen en grote delen van het grondgebied veroverd. Deze aanvallen waren zo verwoestend dat het eens machtige Israëlitische leger tot een fractie van zijn oorspronkelijke sterkte was gereduceerd.
Betekenis van de Getallen
De vermelde aantallen - vijftig ruiters, tien strijdwagens en tienduizend voetgangers - tonen de ernst van Israëls militaire neergang. Voor een koninkrijk dat ooit duizenden strijdwagens had (denk aan Salomo's 1.400 strijdwagen in 1 Koningen 10:26), was dit een vernederende reductie. Het Hebreeuwse woord voor 'ruiters' (פָּרָשִׁים, parashim) benadrukt de elite-eenheden die bijna volledig waren uitgeroeid.