De Tekst van 1 Samuel 30:7
1 Samuel 30:7 luidt: "En David zeide tot Abjatar, de priester, Achimelech's zoon: Breng mij toch de efod herwaarts. En Abjatar bracht de efod tot David."
Context: David in Crisis
Dit vers staat in het hart van een van de meest dramatische episodes uit Davids leven. David en zijn mannen waren net teruggekeerd in Ziklag en ontdekten tot hun afschuw dat de Amalekieten hun stad hadden geplunderd en verbrand. Erger nog, alle vrouwen en kinderen - inclusief Davids eigen vrouwen Achinoam en Abigail - waren gevangengevoerd.
De situatie was zo ernstig dat Davids eigen mannen overwogen hem te stenigen (vers 6). In deze uiterst moeilijke omstandigheden toont David zijn wijsheid door zich tot God te wenden voor leiding.
De Betekenis van de Efod
Het Hebreeuwse woord voor efod (אפוד) verwijst naar een speciaal priesterlijk kledingstuk dat gebruikt werd om Gods wil te vragen. De efod van de hogepriester bevatte de Urim en Tummim - heilige stenen waarmee ja/nee vragen aan God gesteld konden worden.
Davids verzoek om de efod was dus een formele poging om Gods raad te vragen over zijn volgende stappen. Dit toont zijn afhankelijkheid van God, zelfs in de meest wanhopige omstandigheden.