De tekst van 1 Koningen 11:1
1 Koningen 11:1 luidt: 'Koning Salomo had liefde voor vele vreemde vrouwen, naast de dochter van de farao: Moabieten, Ammonieten, Edomieten, Sidoniërs en Hetieten.' Dit vers markeert een dramatische wending in het verhaal van koning Salomo.
Analyse van de belangrijkste woorden
Het Hebreeuwse woord voor 'liefde' hier is 'ahab, wat zowel romantische liefde als gehechtheid kan betekenen. Het woord 'vreemde' (nokri) verwijst naar vrouwen uit andere volkeren, specifiek die welke niet tot Israël behoorden.
De opsomming van volkeren - Moabieten, Ammonieten, Edomieten, Sidoniërs en Hetieten - is zeer betekenisvol. Deze volkeren waren traditionele vijanden van Israël of werden expliciet genoemd in Gods verboden aangaande gemengde huwelijken.
Context binnen het hoofdstuk
Hoofdstuk 11 vormt een scherp contrast met de voorgaande hoofdstukken die Salomo's wijsheid, rijkdom en de tempelbouw beschrijven. Na de hoogtepunten van zijn regering, toont dit hoofdstuk zijn geestelijke neergang. Het vers introduceert het centrale probleem dat tot Salomo's val zal leiden.