Over deze studie
Deze bijbelstudie neemt u in zes sessies mee door alle zestien hoofdstukken van het Markusevangelie. U ontdekt hoe Markus, volgens de vroege kerk de tolk van Petrus, een evangelie vol vaart schreef: Jezus geneest, leert, roept en dient — en gaat vastberaden de weg naar het kruis. De eerste helft van het boek stelt de vraag "Wie is Deze toch?", de tweede helft geeft het antwoord: de Christus, de Zoon van God, die lijdt, sterft en opstaat. Elke sessie bevat een leeswijzer, observatie-, interpretatie- en toepassingsvragen, een gebed en suggesties voor verdere studie. De studie is geschikt voor persoonlijke overdenking en groepsgesprek, juist ook voor wie voor het eerst een heel bijbelboek doorleest.
- Bijbelboek
- Markus 1-16
- Sessies
- 6
- Duur
- 6 weken
- Per sessie
- ±43 minuten
Voor wie: Deze studie is geschreven voor iedereen die Jezus beter wil leren kennen, of u nu net begint met bijbellezen of het Markusevangelie opnieuw wilt doorlezen. Omdat Markus het kortste evangelie is en in een vlot tempo vertelt, is het een uitstekend startpunt voor beginners. De vragen vereisen geen theologische voorkennis en zijn geschikt voor persoonlijke stille tijd, huiskringen en bijbelstudiegroepen.
Wat u leert in deze studie
- De opbouw en het tempo van het Markusevangelie leren kennen, inclusief het kenmerkende woordje "terstond".
- Ontdekken wie Jezus is: de Zoon van God met gezag over ziekte, natuur, zonde en kwade machten.
- Begrijpen wat het hart van het evangelie is: Jezus kwam om te dienen en Zijn leven te geven als losprijs voor velen (Markus 10:45).
- Leren wat navolging concreet inhoudt: zichzelf verloochenen, het kruis opnemen en achter Jezus aan gaan.
- De betekenis van Jezus' lijden, sterven en opstanding ontdekken voor uw eigen leven en geloof.
Wat hebt u nodig?
- Een Bijbel (bij voorkeur de Herziene Statenvertaling of NBV21)
- Een notitieboekje of dagboek om antwoorden en inzichten op te schrijven
- Een pen of potlood
- Optioneel: een studiekaart of inleiding op het Markusevangelie (beschikbaar op BijbelAssistent)
Overzicht van de sessies
- 1Terstond aan het werk — het begin van het evangelieMarkus 1:1-45 · ±35 minuten
- 2Gezag dat weerstand oproeptMarkus 2:1-3:35 · ±40 minuten
- 3Wie is Deze toch? — gelijkenissen en wonderenMarkus 4:1-6:56 · ±45 minuten
- 4U bent de Christus — belijdenis en kruiswegMarkus 7:1-9:50 · ±45 minuten
- 5Niet om gediend te worden — op weg naar JeruzalemMarkus 10:1-13:37 · ±45 minuten
- 6Het kruis en het lege grafMarkus 14:1-16:20 · ±45 minuten
Sessie 1 — Terstond aan het werk — het begin van het evangelie
Lees Markus 1:1-45±35 minuten
Kom achter Mij aan, en Ik zal maken dat u vissers van mensen wordt. — Markus 1:17 (HSV)
Markus opent zonder geboorteverhaal of stamboom: "Het begin van het Evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God." Volgens de vroege kerk schreef Johannes Markus, een medewerker van Petrus, dit evangelie waarschijnlijk tussen 55 en 65 na Christus voor lezers in Rome. Het tempo ligt vanaf de eerste zin hoog: in een hoofdstuk zien we de doop van Jezus, de verzoeking in de woestijn, de roeping van de eerste discipelen en een hele reeks genezingen. Het woordje "terstond" (meteen) jaagt het verhaal voort — Jezus is gekomen om te handelen.
Zo leest u dit gedeelte
Lees het hele hoofdstuk in een keer door, alsof u een ooggetuigenverslag leest. Streep elk "terstond" of "meteen" aan dat u tegenkomt. Let op de stem uit de hemel bij de doop (vers 11): wie zegt God dat Jezus is? Merk op hoe mensen reageren op Jezus' woorden en daden — welk woord gebruikt Markus daarvoor in vers 22 en 27? Neem deze vraag mee: waaruit blijkt in dit hoofdstuk het gezag van Jezus?
Vragen bij deze sessie
Observatie— Wat staat er?
- Met welke twee titels stelt Markus Jezus voor in vers 1? Wat verwacht u op grond van deze opening van de rest van het boek?
- Hoe reageren Simon, Andreas, Jakobus en Johannes als Jezus hen roept (vers 16-20)? Welke woorden gebruikt Markus om de snelheid van hun antwoord te beschrijven?
Interpretatie— Wat betekent het?
- Jezus vat Zijn boodschap samen in vers 15: "De tijd is vervuld en het Koninkrijk van God is nabijgekomen; bekeer u en geloof het Evangelie." Wat betekenen "bekeren" en "geloven" hier, en waarom horen ze bij elkaar?
- De mensen in Kapernaüm staan versteld omdat Jezus leert "als gezaghebbende en niet zoals de schriftgeleerden" (vers 22). Waaruit blijkt Jezus' gezag verder in dit hoofdstuk? Noem ten minste drie voorbeelden.
- Te midden van alle drukte staat Jezus vroeg op om op een eenzame plaats te bidden (vers 35). Waarom zou juist Hij dat nodig hebben gehad? Wat zegt dit over de bron van Zijn werk?
Toepassing— Wat betekent het voor u?
- De melaatse zegt: "Als U wilt, kunt U mij reinigen", en Jezus raakt hem aan: "Ik wil het, word gereinigd" (vers 40-42). Wat zegt deze aanraking over Jezus' hart voor mensen die buitengesloten zijn? Wie wordt in uw omgeving gemeden, en wat kunt u van Jezus leren?
- "Kom achter Mij aan" (vers 17) was geen vrijblijvende uitnodiging: de vissers lieten hun netten achter. Wat betekent het voor u, in uw huidige levensfase, om achter Jezus aan te komen? Is er iets dat u daarvoor moet loslaten?
Gebed bij deze sessie
Hemelse Vader, dank U dat het evangelie geen verzonnen verhaal is, maar het goede nieuws van Jezus Christus, Uw Zoon. Dank U dat Hij niet op afstand bleef, maar terstond aan het werk ging: mensen riep, genas en aanraakte. Roep ook mij vandaag opnieuw: "Kom achter Mij aan." Geef mij de bereidheid van de eerste discipelen om los te laten wat mij vasthoudt. En leer mij, net als Jezus, de stilte met U te zoeken voordat de drukte van de dag begint. In Jezus' naam. Amen.
Verder studeren: Lees Jesaja 40:1-11, de profetie die Markus in vers 2-3 aanhaalt over de stem van iemand die roept in de woestijn. Let op hoe Johannes de Doper deze profetie vervult en wat dat zegt over wie Jezus is.
Sessie 2 — Gezag dat weerstand oproept
Lees Markus 2:1-3:35±40 minuten
Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars. — Markus 2:17 (HSV)
Na het stormachtige begin groeit de weerstand. In Markus 2 en 3 botst Jezus vijf keer met de schriftgeleerden en Farizeeën: over het vergeven van zonden, het eten met tollenaars en zondaars, het vasten, en twee keer over de sabbat. Jezus claimt een gezag dat alleen God toekomt — "de Zoon des mensen heeft macht om zonden te vergeven" — en dat wordt Hem niet in dank afgenomen. Al in Markus 3:6 wordt het plan gesmeed om Hem om te brengen. De schaduw van het kruis valt vroeg over dit evangelie.
Zo leest u dit gedeelte
Lees de twee hoofdstukken als een reeks van vijf conflictverhalen. Noteer bij elk conflict: wat doet Jezus, wie maakt bezwaar, en wat antwoordt Hij? Let in 2:1-12 op de volgorde: Jezus vergeeft de verlamde eerst zijn zonden en geneest hem daarna. Vraag uzelf af waarom Hij het in die volgorde doet. Merk in 3:13-19 op dat Jezus te midden van de groeiende vijandschap twaalf discipelen aanstelt — "opdat zij bij Hem zouden zijn".
Vragen bij deze sessie
Observatie— Wat staat er?
- Wat doen de vier vrienden van de verlamde om hem bij Jezus te brengen (2:1-4)? En wat is het eerste dat Jezus tegen de verlamde zegt — vóórdat Hij hem geneest?
- Lees Markus 3:13-19. Met welk doel stelt Jezus de twaalf aan volgens vers 14-15? Welke twee dingen worden daar genoemd, en in welke volgorde?
Interpretatie— Wat betekent het?
- De schriftgeleerden redeneren: "Wie kan zonden vergeven dan God alleen?" (2:7). Daar hebben ze gelijk in — en toch vergeeft Jezus. Wat maakt Markus hiermee duidelijk over wie Jezus is?
- Jezus roept Levi, een tollenaar, en eet bij hem thuis met "veel tollenaars en zondaars" (2:13-17). Waarom was dit aanstootgevend? Wat onthult Zijn antwoord in vers 17 over het doel van Zijn komst?
- "De sabbat is gemaakt ter wille van de mens, niet de mens ter wille van de sabbat" (2:27). Wat bedoelt Jezus daarmee? Hoe verschilt Zijn omgang met Gods geboden van die van de Farizeeën?
Toepassing— Wat betekent het voor u?
- In 3:5 kijkt Jezus de Farizeeën "met toorn" aan, "bedroefd over de verharding van hun hart". Zij kenden de Schrift, maar hun hart was hard. Op welke punten loopt u het risico godsdienstig correct te zijn zonder barmhartig te zijn?
- De vrienden van de verlamde lieten zich door geen dak tegenhouden om hem bij Jezus te brengen (2:4-5), en Jezus zag "hun geloof". Wie zou u bij Jezus willen brengen — in gebed of in een gesprek? Welke concrete stap kunt u deze week zetten?
- Jezus zegt: "Wie de wil van God doet, die is Mijn broeder en Mijn zuster en Mijn moeder" (3:35). Wat betekent het voor u dat het volgen van Jezus u opneemt in Zijn familie? Hoe merkt u daar iets van in uw gemeente of kring?
Gebed bij deze sessie
Heere Jezus, U bent niet gekomen voor mensen die zichzelf rechtvaardig vinden, maar voor zondaars — en dus ook voor mij. Dank U dat U macht hebt om zonden te vergeven, en dat U dat woord ook tegen mij wilt spreken: "Uw zonden zijn u vergeven." Bewaar mij voor een hard hart dat de regels kent maar de barmhartigheid mist. Maak mij als de vier vrienden: vindingrijk en volhardend om anderen bij U te brengen. En dank U dat ik door het doen van Uw wil mag horen bij Uw familie. Amen.
Verder studeren: Lees Hosea 6:6 ("Want Ik vind vreugde in goedertierenheid en niet in offer") en vergelijk dit met Jezus' houding tegenover de Farizeeën in Markus 2:13-3:6. Hoe klinkt de profeet door in Jezus' woorden en daden?
Sessie 3 — Wie is Deze toch? — gelijkenissen en wonderen
Lees Markus 4:1-6:56±45 minuten
Wie is Deze toch, dat zelfs de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn? — Markus 4:41 (HSV)
In dit middendeel van het evangelie stapelt Markus de bewijzen van Jezus' macht op. Jezus leert in gelijkenissen over het Koninkrijk van God — de zaaier, het zaad dat vanzelf groeit, het mosterdzaad — en toont vervolgens Zijn gezag over de natuur (de storm), over kwade machten (de bezetene in het land van de Gadarenen), over ziekte (de bloedvloeiende vrouw) en zelfs over de dood (het dochtertje van Jaïrus). Toch wordt Hij in Zijn eigen vaderstad Nazareth verworpen, en sterft Johannes de Doper als voorbode van wat Jezus Zelf te wachten staat. De vraag van de discipelen in de boot is de vraag van dit hele gedeelte: "Wie is Deze toch?"
Zo leest u dit gedeelte
Dit is een langer gedeelte; lees het in twee of drie keer. Let in hoofdstuk 4 op de vier soorten grond in de gelijkenis van de zaaier en op Jezus' eigen uitleg (4:13-20). Lees de wonderverhalen in hoofdstuk 4:35-5:43 achter elkaar en noteer telkens: over welk gebied toont Jezus hier Zijn macht, en hoe reageren de mensen? Let op het contrast in 6:1-6: dezelfde Jezus, maar in Nazareth "kon Hij daar geen kracht doen" vanwege hun ongeloof. Neem deze vraag mee: wat is het verschil tussen vrees en geloof?
Vragen bij deze sessie
Observatie— Wat staat er?
- Welke vier soorten grond beschrijft Jezus in de gelijkenis van de zaaier, en wat gebeurt er met het zaad in elk van die gronden (4:3-8 en 4:14-20)?
- Lees Markus 4:35-41. Wat doet Jezus tijdens de storm, wat vragen de discipelen Hem, en welke twee vragen stelt Hij daarna aan hen?
Interpretatie— Wat betekent het?
- Jezus vraagt na het stillen van de storm: "Waarom bent u zo angstig? Hebt u dan geen geloof?" (4:40). Toch staat er daarna dat de discipelen "met grote vrees" vreesden (4:41). Wat is het verschil tussen de angst vóór en het ontzag ná het wonder?
- De genezen bezetene wil met Jezus mee, maar Jezus stuurt hem naar huis: "Ga naar uw huis, naar de uwen, en bericht hun alles wat de Heere voor u gedaan heeft" (5:19). Waarom zou Jezus hem juist deze opdracht geven? Wat zegt dit over getuige-zijn?
- Tegen Jaïrus, die net hoorde dat zijn dochter gestorven is, zegt Jezus: "Wees niet bevreesd, geloof alleen" (5:36). Hoe kan Jezus dat vragen op zo'n moment? Wat laat het vervolg (5:41-42) zien over de grond van dat geloof?
Toepassing— Wat betekent het voor u?
- De gelijkenis van de zaaier gaat over hoe mensen het Woord horen. Welke grond herkent u op dit moment het meest bij uzelf — de weg, de steenachtige grond, de dorens of de goede aarde? Wat zou er in uw leven moeten veranderen om meer vrucht te dragen?
- De bloedvloeiende vrouw raakte in de menigte alleen Jezus' bovenkleed aan, maar Hij merkte haar op en sprak haar persoonlijk aan (5:25-34). Wat zegt dit verhaal tegen u als u zich onopgemerkt of afgeschreven voelt? Met welke nood mag u vandaag naar Hem toe gaan?
- Bij de spijziging van de vijfduizend zegt Jezus tegen de discipelen: "Geeft u hun te eten" (6:37) — en Hij vermenigvuldigt het weinige dat zij hebben. Waar voelt u zich tekortschieten in wat van u gevraagd wordt? Wat betekent dit verhaal voor de manier waarop u uw "vijf broden en twee vissen" inzet?
Gebed bij deze sessie
Almachtige God, de wind en de zee gehoorzamen Uw Zoon, ziekte wijkt voor Zijn woord en zelfs de dood moet Hem loslaten. Vergeef mij dat ik zo vaak leef alsof U slapend in de boot zit en mijn storm U niet aangaat. Leer mij de les van Jaïrus: niet bevreesd zijn, maar alleen geloven. Maak het zaad van Uw Woord vruchtbaar in mij; bewaar mij voor een hart vol dorens van zorgen en bezit. En gebruik het weinige dat ik in handen heb tot zegen van velen. Door Jezus Christus, onze Heere. Amen.
Verder studeren: Lees Psalm 107:23-32 over zeevaarders in nood die tot de HEERE roepen, waarna Hij "de storm tot stilte" brengt. Vergelijk deze psalm met Markus 4:35-41. Wat zegt het dat Jezus doet wat in de psalm alleen de HEERE doet?
Sessie 4 — U bent de Christus — belijdenis en kruisweg
Lees Markus 7:1-9:50±45 minuten
Laat wie achter Mij aan wil komen zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen. — Markus 8:34 (HSV)
Dit gedeelte vormt het scharnier van het Markusevangelie. Na onderwijs over reinheid van het hart en wonderen tot buiten de grenzen van Israël stelt Jezus bij Caesarea Filippi dé vraag: "Maar u, wie zegt u dat Ik ben?" Petrus belijdt: "U bent de Christus" (8:29). Direct daarna begint Jezus iets nieuws te leren: de Zoon des mensen moet veel lijden, verworpen worden, gedood worden en na drie dagen opstaan. Petrus protesteert en krijgt een scherp antwoord. Wie de Christus belijdt, moet ook Zijn weg leren kennen — de weg van het kruis. De verheerlijking op de berg (9:2-13) geeft drie discipelen een blik op Zijn heerlijkheid, als bemoediging voor de donkere weg die komt.
Zo leest u dit gedeelte
Let in hoofdstuk 7 op het verschil dat Jezus maakt tussen uiterlijke reinheid en het hart (7:14-23). Lees 8:22-26 aandachtig: de blinde van Bethsaïda wordt in twee fasen genezen — eerst ziet hij mensen "als bomen". Veel uitleggers zien hierin een spiegel van de discipelen, die ook maar half zien wie Jezus is. Markeer de drie kernmomenten: de belijdenis van Petrus (8:27-30), de eerste lijdensaankondiging (8:31-33) en de oproep tot kruisdragen (8:34-38). Neem deze vraag mee: wat verwachtte Petrus van de Christus, en wat zegt Jezus Zelf?
Vragen bij deze sessie
Observatie— Wat staat er?
- Welke dingen verontreinigen de mens volgens Jezus in Markus 7:20-23 — en waar komen die volgens Hem vandaan? Wat zegt dit over de plaats waar het echte probleem zit?
- Lees Markus 8:27-33. Wat zeggen "de mensen" over wie Jezus is, wat belijdt Petrus, en wat kondigt Jezus direct daarna over Zichzelf aan?
Interpretatie— Wat betekent het?
- Petrus belijdt Jezus als de Christus, maar wijst het lijden af en wordt streng terechtgewezen: "Ga weg achter Mij, satan, want u bedenkt niet de dingen van God, maar die van de mensen" (8:33). Waarom is een Christus zonder kruis volgens Jezus een menselijke, geen goddelijke gedachte?
- Wat betekent het concreet om "zichzelf te verloochenen" en "zijn kruis op te nemen" (8:34)? Wat is het verschil met zelfhaat of het dragen van zomaar een moeilijkheid?
- Bij de verheerlijking op de berg klinkt opnieuw de stem van de Vader: "Dit is Mijn geliefde Zoon, luister naar Hem!" (9:7). Waarom krijgen de discipelen juist nu, na de eerste lijdensaankondiging, dit moment van heerlijkheid te zien?
Toepassing— Wat betekent het voor u?
- De vader van de maanzieke jongen roept: "Ik geloof, Heere! Kom mijn ongeloof te hulp!" (9:24). Herkent u dit gebed — geloof en twijfel tegelijk? Wat bemoedigt u eraan dat Jezus deze vader niet wegstuurt maar verhoort?
- Onderweg hebben de discipelen erover gesproken wie de belangrijkste is. Jezus antwoordt: "Als iemand de eerste wil zijn, moet hij de laatste van allen zijn en een dienaar van allen" (9:35). Waar speelt de vraag "wie is de belangrijkste" in uw leven — thuis, op het werk, in de kerk? Hoe zou dienen er daar concreet uitzien?
- Jezus vraagt: "Want wat zal het een mens baten als hij heel de wereld wint en aan zijn ziel schade lijdt?" (8:36). Als u eerlijk kijkt naar waar uw tijd en energie naartoe gaan: wat probeert u te "winnen"? Wat zou het betekenen om uw leven te verliezen omwille van Christus en het Evangelie (8:35)?
Gebed bij deze sessie
Heere Jezus, met Petrus belijd ik: U bent de Christus, de Zoon van de levende God. Maar net als Petrus wil ik liever een Christus zonder kruis — en een leven zonder kruis voor mijzelf. Vergeef mij dat ik zo vaak de dingen van de mensen bedenk en niet de dingen van God. Leer mij wat het is om mijzelf te verloochenen, mijn kruis op te nemen en U te volgen. En als mijn geloof klein is, hoor dan ook mijn gebed: ik geloof, Heere, kom mijn ongeloof te hulp. Amen.
Verder studeren: Lees Jesaja 53:1-12 over de lijdende Knecht van de HEERE die "om onze overtredingen verwond" werd. Leg deze profetie naast Jezus' lijdensaankondigingen in Markus 8:31, 9:31 en 10:33-34. Hoe nauwkeurig tekent Jesaja vooraf de weg die Jezus gaat?
Sessie 5 — Niet om gediend te worden — op weg naar Jeruzalem
Lees Markus 10:1-13:37±45 minuten
Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven als losprijs voor velen. — Markus 10:45 (HSV)
Jezus gaat nu vastberaden op naar Jeruzalem. Onderweg leert Hij over huwelijk, kinderen en bezit; de rijke jongeman gaat bedroefd weg omdat hij veel bezittingen heeft. Wanneer Jakobus en Johannes om de ereplaatsen vragen, spreekt Jezus het vers uit dat als sleutel van het hele evangelie geldt: de Zoon des mensen is gekomen om te dienen en Zijn ziel te geven als losprijs voor velen (10:45). Daarna volgen de intocht in Jeruzalem, de reiniging van de tempel, de twistgesprekken met de leiders, het grote gebod, de arme weduwe met haar twee muntjes, en de rede over de laatste dingen. De dienende Koning komt Zijn stad binnen — om er te sterven.
Zo leest u dit gedeelte
Lees dit gedeelte verspreid over de week, bijvoorbeeld een hoofdstuk per keer. Let in hoofdstuk 10 op de drie ontmoetingen: de kinderen, de rijke jongeman en de blinde Bartimeüs — wie komt er wél binnen in het Koninkrijk, en hoe? Vergelijk de vraag van Jakobus en Johannes (10:35-37) met het gebed van Bartimeüs (10:47-51): beiden krijgen de vraag "Wat wilt u dat Ik voor u doen zal?" Let in hoofdstuk 12 op het grote gebod en op het penninkje van de weduwe. Lees hoofdstuk 13 als bemoediging tot waakzaamheid, niet als puzzel: het refrein is "Wees waakzaam!"
Vragen bij deze sessie
Observatie— Wat staat er?
- Hoe reageert Jezus als de discipelen de kinderen willen wegsturen (10:13-16)? Wat doet Hij met de kinderen, en wat zegt Hij over het Koninkrijk van God?
- Vergelijk Markus 10:35-37 en 10:47-51. Jezus stelt aan Jakobus en Johannes én aan Bartimeüs dezelfde vraag: "Wat wilt u dat Ik voor u doen zal?" Wat antwoorden de discipelen, en wat antwoordt de blinde bedelaar?
Interpretatie— Wat betekent het?
- Markus schrijft over de rijke jongeman: "En Jezus keek hem aan en had hem lief" (10:21) — en juist dan vraagt Hij hem alles te verkopen. Hoe kunnen liefde en zo'n radicale opdracht samengaan? Waarom is bezit volgens Jezus zo'n gevaar (10:23-27)?
- Wat betekent het woord "losprijs" in Markus 10:45? Voor wie wordt die prijs betaald, en wat zegt dit vers over de betekenis van Jezus' naderende dood?
- Jezus noemt als het eerste gebod God liefhebben met heel uw hart, ziel, verstand en kracht, en als tweede de naaste liefhebben als uzelf (12:29-31). Waarom horen deze twee onlosmakelijk bij elkaar? Wat gebeurt er als een van beide ontbreekt?
Toepassing— Wat betekent het voor u?
- De arme weduwe wierp twee kleine muntjes in de offerkist, "heel haar levensonderhoud" (12:41-44), en Jezus zet haar boven alle rijke gevers. Waaraan meet u de waarde van wat u geeft — aan het bedrag of aan de toewijding? Wat zou geven "zoals de weduwe" voor u betekenen?
- Jezus draait de orde van de wereld om: "wie onder u belangrijk wil worden, die moet uw dienaar zijn" (10:43-44). Noem een concrete plek waar u deze week kunt dienen zonder dat het opvalt of beloond wordt. Wat houdt u daarvan af?
- De rede over de laatste dingen eindigt met: "En wat Ik tegen u zeg, zeg Ik tegen allen: Wees waakzaam!" (13:37). Wat betekent waakzaam leven voor u — niet in angst voor data en rampen, maar in trouwe verwachting van de terugkerende Heer?
Gebed bij deze sessie
Heere Jezus, U bent de Koning die niet kwam om gediend te worden, maar om te dienen — tot het geven van Uw ziel als losprijs voor velen, ook voor mij. Vergeef mij mijn verlangen naar ereplaatsen en mijn gehechtheid aan wat ik bezit. Maak mij klein genoeg om als een kind Uw Koninkrijk te ontvangen, en geef mij het gebed van Bartimeüs: dat ik mag zien. Leer mij geven zoals de weduwe en dienen zoals U. En houd mij waakzaam, in blijde verwachting van Uw komst. Amen.
Verder studeren: Lees Zacharia 9:9 ("Zie, uw Koning zal tot u komen... nederig, Hij rijdt op een ezel") en Psalm 118:25-26, en leg ze naast de intocht in Markus 11:1-11. Wat laat de manier van Jezus' binnenkomst zien over het soort Koning dat Hij is?
Sessie 6 — Het kruis en het lege graf
Lees Markus 14:1-16:20±45 minuten
Wees niet ontdaan. U zoekt Jezus de Nazarener, de Gekruisigde. Hij is opgewekt! Hij is hier niet. — Markus 16:6 (HSV)
Het lijdensverhaal beslaat bijna een vijfde van het Markusevangelie — hier draait het hele boek om. Het hoge tempo valt stil: Markus vertelt uur voor uur over de zalving in Bethanië, het laatste avondmaal, de worsteling in Gethsémané, het verraad van Judas, de verloochening van Petrus, het verhoor, de bespotting en de kruisiging. Op het dieptepunt klinkt Jezus' roep: "Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?" En juist daar spreekt een heidense Romeinse hoofdman het slotakkoord van Markus' boodschap uit: "Werkelijk, deze Mens was Gods Zoon!" (15:39). Maar het graf is niet het einde: op de eerste dag van de week vinden de vrouwen het graf leeg en horen ze: "Hij is opgewekt!"
Zo leest u dit gedeelte
Lees deze hoofdstukken langzaam en eerbiedig; haast past hier niet. Let in Gethsémané (14:32-42) op het gebed van Jezus: "Abba, Vader... neem deze drinkbeker van Mij weg, maar niet wat Ik wil, maar wat U wilt." Volg Petrus door het verhaal: van zijn stellige belofte (14:29-31) tot zijn tranen (14:72). Let bij de kruisiging op wat er gebeurt op het moment dat Jezus sterft: het voorhangsel van de tempel scheurt van boven naar beneden (15:38) en de hoofdman belijdt. Neem deze vraag mee: wat heeft het kruis met mij te maken?
Vragen bij deze sessie
Observatie— Wat staat er?
- Wat doet de vrouw in Bethanië (14:3-9), hoe reageren de omstanders, en hoe neemt Jezus het voor haar op? Wat zegt Hij over de betekenis van haar daad?
- Welke woorden spreekt Jezus bij het brood en de beker tijdens het laatste avondmaal (14:22-24)? Wat zegt Hij dat Zijn bloed is en voor wie het vergoten wordt?
Interpretatie— Wat betekent het?
- In Gethsémané bidt Jezus: "Abba, Vader, alle dingen zijn mogelijk voor U; neem deze drinkbeker van Mij weg, maar niet wat Ik wil, maar wat U wilt" (14:36). Wat zit er in die "drinkbeker"? Wat leert dit gebed ons over Jezus' worsteling én over Zijn gehoorzaamheid?
- Op het moment dat Jezus sterft, scheurt het voorhangsel van de tempel "van boven tot beneden" in tweeën (15:38). Wat scheidde dat voorhangsel af, en wat betekent het dat het juist nu — en van bovenaf — scheurt?
- Markus 1:1 noemde Jezus "de Zoon van God"; in 15:39 belijdt uitgerekend de Romeinse hoofdman bij het kruis: "Werkelijk, deze Mens was Gods Zoon!" Waarom laat Markus juist een heiden, juist op dit moment, deze belijdenis uitspreken?
Toepassing— Wat betekent het voor u?
- Petrus was er zeker van dat hij Jezus nooit zou verloochenen — en deed het drie keer (14:29-31, 66-72). Toch noemt de engel hem bij het lege graf apart bij naam: "zeg het tegen Zijn discipelen, en Petrus" (16:7). Waar herkent u uw eigen falen in Petrus? Wat zegt deze vermelding van zijn naam over Gods genade na een diepe val?
- De vrouwen bij het graf krijgen te horen: "Hij is opgewekt! Hij is hier niet" (16:6). Wat verandert de opstanding concreet aan de manier waarop u omgaat met schuld, met verdriet en met de dood? Noem voor uzelf één gebied waarop u meer vanuit Pasen wilt leven.
- Terugkijkend op het hele Markusevangelie: hoe zou u nu zelf de vraag van Jezus beantwoorden: "Maar u, wie zegt u dat Ik ben?" (8:29)? Wat is in deze zes sessies veranderd of verdiept in uw beeld van Jezus, en met wie zou u dat kunnen delen?
Gebed bij deze sessie
Heere Jezus, ik sta stil bij Uw kruis en zwijg. U dronk de drinkbeker die ik had verdiend; U werd verlaten opdat ik nooit meer door God verlaten zou worden. Dank U dat het voorhangsel is gescheurd en de weg naar de Vader open ligt. Dank U dat het graf leeg is en dat U leeft. Net als Petrus heb ik U vaker verloochend dan ik wil toegeven — maar U noemt ook mij bij name. Laat mij met de hoofdman belijden, vandaag en alle dagen: werkelijk, U bent de Zoon van God. Amen.
Verder studeren: Lees Psalm 22, de psalm die Jezus aan het kruis aanhaalt met "Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?" (Markus 15:34). Markeer alles wat aan de kruisiging doet denken — en lees ook het slot van de psalm (vers 23-32), dat uitloopt op lofprijzing. Lees daarna het hele Markusevangelie nog eens in één of twee keer door, nu u de afloop kent.
Tips voor het groepsgesprek
- Begin elke sessie met een korte terugblik: vraag deelnemers wat hen is bijgebleven uit de vorige sessie of wat hen opviel bij het lezen door de week heen.
- Markus vertelt in scènes — laat deelnemers het verhaal eerst in eigen woorden navertellen voordat u de vragen bespreekt. Zo komt de tekst tot leven.
- Stel open vragen en geef iedereen de ruimte om te antwoorden. Bij toepassingsvragen zijn er geen "foute" antwoorden — het gaat om eerlijke reflectie.
- Houd de centrale vraag van het evangelie vast: "Wie is Deze toch?" Als het gesprek afdwaalt, breng het terug naar Jezus Zelf: wat laat deze passage over Hem zien?
Veelgestelde vragen
Wie schreef het Markusevangelie en wanneer?
Volgens de vroege kerk schreef Johannes Markus dit evangelie, een medewerker van zowel Paulus als Petrus (Handelingen 12:12, 1 Petrus 5:13). De kerkvader Papias (rond 110 na Christus) noemt Markus de "tolk van Petrus", die de prediking van de apostel nauwkeurig opschreef. Het evangelie wordt meestal gedateerd tussen 55 en 65 na Christus en geldt als het oudste van de vier evangeliën, waarschijnlijk geschreven voor christenen in Rome.
Wat is het hoofdthema van het Markusevangelie?
Markus laat zien wie Jezus is: de Christus, de Zoon van God (Markus 1:1), die met goddelijk gezag optreedt en toch de weg van het lijden gaat. De sleuteltekst is Markus 10:45: de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn ziel te geven als losprijs voor velen. Het evangelie loopt uit op kruis en opstanding — en op de oproep om deze dienende Koning te volgen.
Is deze bijbelstudie geschikt voor beginners?
Ja, juist Markus is een uitstekend startpunt. Het is het kortste evangelie, vertelt in een vlot tempo en vraagt geen voorkennis. De vragen beginnen met observatie (wat staat er?), gaan door naar interpretatie (wat betekent het?) en eindigen met toepassing (wat doe ik ermee?). U hebt alleen een Bijbel en een open hart nodig.
Kan ik deze studie alleen doen of is een groep nodig?
Beide is mogelijk. De studie is geschikt voor persoonlijke stille tijd en voor groepsgesprek. Bij persoonlijke studie schrijft u uw antwoorden op in een notitieboekje. In een groep kunt u de vragen bespreken en van elkaars inzichten leren. De discussietips in deze gids helpen u bij het leiden van een groepsgesprek.
Hoeveel tijd heb ik per sessie nodig?
Reken op 35 tot 45 minuten per sessie. Omdat sommige sessies meerdere hoofdstukken beslaan, is het aan te raden de bijbelgedeelten verspreid over de week te lezen en de vragen aan het einde van de week te behandelen. In een groepssetting kan de bespreking iets langer duren. Neem de tijd die u nodig hebt — haast is de vijand van diepgang.
Waarom gebruikt Markus zo vaak het woord "terstond"?
Het Griekse woord "euthus" (terstond, meteen) komt ruim veertig keer voor in Markus — vaker dan in de drie andere evangeliën samen. Het geeft het boek zijn kenmerkende vaart: Jezus is voortdurend in beweging, van het ene dorp naar het andere, van genezing naar onderwijs. Markus tekent daarmee een Heiland die niet afwacht maar handelt, vastberaden op weg naar het kruis. Het nodigt de lezer uit om ook zelf niet vrijblijvend toe te kijken, maar terstond te antwoorden op Zijn roepstem.