Over deze studie
Deze bijbelstudie neemt u in acht sessies mee langs de belangrijkste lijnen van het boek Jeremia (hoofdstukken 1-52). Het boek is geen doorlopend verhaal maar een verzameling profetieën, klachten, symbolische handelingen en geschiedenis, dwars door elkaar geordend. Daarom werkt deze gids per thema en per kerngedeelte: de roeping van de jonge profeet (Jeremia 1), de aanklacht van Israëls afval en de "gebroken bakken" (Jeremia 2), het beeld van de pottenbakker en Gods soevereine vrijheid (Jeremia 18), Jeremia's eerlijke klachten en de prijs van zijn roeping (Jeremia 11-20), zijn vervolging en volhardende trouw (Jeremia 26 en 37-38), de stralende belofte van het nieuwe verbond (Jeremia 31:31-34, met de lijn naar Christus en het Avondmaal), de val van Jeruzalem als vervulling van Gods woord (Jeremia 39 en 52), en ten slotte de hoop die God geeft voor ná de ballingschap (Jeremia 29:11 in zijn context, en het herstel in Jeremia 30-33). De studie volgt de nuchtere lijn die de Bijbel zelf aanhoudt: troost, bekering en Gods trouw staan centraal; er worden geen speculatieve eindtijdschema's of datums berekend. Elke sessie bevat observatie-, interpretatie- en toepassingsvragen en is geschikt voor persoonlijke overdenking én groepsgesprek.
- Bijbelboek
- Jeremia 1-52
- Sessies
- 8
- Duur
- 8 weken
- Per sessie
- ±41 minuten
Voor wie: Deze studie is bedoeld voor wie al enige ervaring heeft met bijbelstudie en een omvangrijk profetisch boek in samenhang wil leren lezen. Jeremia is lang en thematisch geordend, en de gids helpt u door de structuur heen de rode draad te zien. Bijzonder geschikt voor wie worstelt met de vraag hoe Gods oordeel en Gods trouw samengaan, voor wie zelf in een tijd van moed houden en volhouden leeft, en voor groepen die een diepere studie aandurven. Theologische voorkennis is welkom maar niet vereist; een gewillig hart en de bereidheid om hele gedeelten te lezen volstaan.
Wat u leert in deze studie
- Begrijpen wie Jeremia was, in welke tijd hij leefde en waarom zijn bediening hem de naam "wenende profeet" opleverde.
- De aanklacht van Juda's afval doorgronden aan de hand van het beeld van de "gebroken bakken" (Jeremia 2:13), en herkennen waar wij eigen bronnen graven naast de levende God.
- Met het beeld van de pottenbakker (Jeremia 18) leren spreken over Gods soevereiniteit én Zijn vrijheid om Zich af te wenden van aangekondigd onheil bij bekering.
- Jeremia's klachten leren lezen als eerlijk, gelovig gebed in lijden, en daaruit leren hoe u zelf uw nood en aanvechting bij God mag brengen.
- De belofte van het nieuwe verbond (Jeremia 31:31-34) verstaan en de lijn trekken naar Christus en het Avondmaal, met Gods trouw en hoop centraal en zonder speculatieve eindtijdschema's.
Wat hebt u nodig?
- Een Bijbel (bij voorkeur de Herziene Statenvertaling of NBV21)
- Een notitieboekje of dagboek om antwoorden en inzichten op te schrijven
- Een pen of potlood
- Optioneel: een studiekaart of inleiding op Jeremia en de tijd van de ballingschap (beschikbaar op BijbelAssistent)
Overzicht van de sessies
- 1De roeping van de jonge profeetJeremia 1:1-19 · ±40 minuten
- 2Gebroken bakken — de afval van IsraëlJeremia 2:1-37 · ±40 minuten
- 3In de hand van de pottenbakkerJeremia 18:1-23 · ±40 minuten
- 4De klachten van de wenende profeetJeremia 20:1-18 · ±40 minuten
- 5Vervolging en volhardende trouwJeremia 26:1-24; 38:1-13 · ±40 minuten
- 6Het nieuwe verbondJeremia 31:1-40 · ±45 minuten
- 7De val van JeruzalemJeremia 39:1-18; 52:1-30 · ±40 minuten
- 8Hoop na zeventig jaar — Gods gedachten van vredeJeremia 29:1-23; 30:1-33:26 · ±45 minuten
Sessie 1 — De roeping van de jonge profeet
Lees Jeremia 1:1-19±40 minuten
Voordat Ik u in de moederschoot vormde, heb Ik u gekend; voordat u uit de baarmoeder naar buiten kwam, heb Ik u geheiligd. Ik heb u aangesteld tot een profeet voor de volken. — Jeremia 1:5 (HSV)
Jeremia was de zoon van Hilkia, een priester uit Anathoth, een stadje vlak bij Jeruzalem. Hij begon te profeteren in het dertiende jaar van koning Josia (rond 627 voor Christus) en bleef dat doen tot na de val van Jeruzalem in 586. Hij leefde dus in de meest dramatische decennia van Juda's geschiedenis: de korte hervorming onder Josia, het verval onder zijn opvolgers, en uiteindelijk de ballingschap. In dit eerste hoofdstuk roept God deze jonge man, die zich onbekwaam en te jong voelt. God stelt hem niet gerust met de belofte van een gemakkelijk leven, maar met de belofte van Zijn aanwezigheid: "Ik ben met u." De twee visioenen — de amandeltak en de kokende pot — geven al de toon aan van heel het boek: God waakt over Zijn woord, en uit het noorden komt onheil over een afvallig volk.
Zo leest u dit gedeelte
Lees het hoofdstuk rustig en let op het gesprek tussen God en Jeremia: wat zegt God, wat brengt Jeremia ertegen in (vers 6), en hoe weerlegt God dat bezwaar? Let op de werkwoorden die God in vers 5 gebruikt — kennen, heiligen, aanstellen — en op het moment waarop dit alles begint. Merk op dat God Jeremia's mond aanraakt (vers 9) en zo Zijn woorden in zijn mond legt. Let ten slotte op de twee visioenen (vers 11-16) en het woordspel in het Hebreeuws tussen "amandeltak" en "waken". Neem deze vraag mee: wat geeft een mens de moed om een zware roeping te aanvaarden — eigen geschiktheid, of Gods toezegging?
Vragen bij deze sessie
Observatie— Wat staat er?
- Welke vier dingen zegt God in vers 5 over Jeremia, en op welk moment in Jeremia's leven plaatst God het begin van Zijn handelen met hem?
- Hoe reageert Jeremia op zijn roeping (vers 6), en hoe weerlegt God achtereenvolgens zijn bezwaar in vers 7-9? Wat doet God concreet in vers 9?
- Welke twee visioenen krijgt Jeremia in vers 11-16, en wat verklaart God bij elk van beide? Wat wordt aangekondigd over "het noorden"?
Interpretatie— Wat betekent het?
- God zegt dat Hij Jeremia kende vóór zijn geboorte (vers 5). Wat zegt dit over de oorsprong van een roeping, en hoe beschermt deze waarheid Jeremia tegen de gedachte dat alles van zijn eigen kunnen afhangt?
- God belooft Jeremia niet dat het volk zal luisteren, maar dat zij "tegen u zullen strijden" en hem toch niet zullen overwinnen (vers 19). Waarom is dit een eerlijker en uiteindelijk sterker fundament dan de belofte van succes?
Toepassing— Wat betekent het voor u?
- Jeremia voelde zich te jong en niet welbespraakt genoeg. Welk werk of welke roeping ontwijkt u misschien omdat u zich ongeschikt voelt? Wat zou het voor u betekenen als Gods "Ik ben met u" zwaarder weegt dan uw gevoel van onbekwaamheid?
- God belooft Zijn aanwezigheid juist met het oog op tegenstand, niet om die te vermijden. Hoe verandert dat uw verwachting van wat het betekent om God te volgen op een plek waar weerstand zeker is?
Gebed bij deze sessie
HEERE, U Die mij kende voordat ik geboren werd, dank U dat mijn leven en mijn roeping niet bij mijzelf beginnen maar bij U. Vergeef mij de keren dat ik mij verschuil achter mijn onbekwaamheid om niet te hoeven gaan waar U mij roept. Raak mijn mond aan, leg Uw woorden in mij en geef mij de moed van Jeremia: niet omdat ik sterk ben, maar omdat U met mij bent. Maak mij een trouwe getuige, ook waar men niet wil horen. Amen.
Verder studeren: Lees 2 Koningen 22-23 over de regering en hervorming van koning Josia, de tijd waarin Jeremia begon te profeteren. Lees daarna hoe God ook anderen riep ondanks hun bezwaren: Mozes (Exodus 3:11-12; 4:10-12) en Gideon (Richteren 6:14-16). Wat hebben deze roepingen gemeen met die van Jeremia?
Sessie 2 — Gebroken bakken — de afval van Israël
Lees Jeremia 2:1-37±40 minuten
Want Mijn volk heeft een dubbel kwaad gedaan: Mij, de bron van levend water, hebben zij verlaten, om zich bakken uit te hakken, lekkende bakken, die geen water houden. — Jeremia 2:13 (HSV)
In hoofdstuk 2 begint Jeremia's grote aanklacht tegen Juda. God spreekt als een gekrenkte echtgenoot die terugdenkt aan de "liefde van uw jeugd", de tijd dat Israël Hem volgde door de woestijn. Maar het volk is afgedwaald, achter de Baäls aan, en heeft de levende God ingeruild voor afgoden die geen water kunnen geven. Het beeld van vers 13 is onvergetelijk: Israël heeft de bron van levend water verlaten en is zelf bakken gaan uithakken — waterputten die bovendien lekken en niets vasthouden. Dat is het dubbele kwaad: de echte bron loslaten én vervangen door iets dat niet werkt. Dit hoofdstuk legt de diepste wortel van Juda's ramp bloot: niet politiek of militair onvermogen, maar een hart dat zich van God heeft afgekeerd.
Zo leest u dit gedeelte
Lees het hoofdstuk als een rechtszaak waarin God Zijn volk aanklaagt. Let op de terugblik naar het begin (vers 2-3) en op de reeks vragen waarmee God hen confronteert: "Wat voor onrecht hebben uw vaderen bij Mij gevonden?" (vers 5). Onderstreep de beeldspraak — bron en bakken (vers 13), de afgedwaalde wijnstok (vers 21), het onuitwisbare vlekken (vers 22). Let erop hoe vaak het volk zich onschuldig blijft voelen (vers 23, 35). Neem deze vraag mee: wat zijn vandaag de "lekkende bakken" waarmee mensen — en ikzelf — de levende God proberen te vervangen?
Vragen bij deze sessie
Observatie— Wat staat er?
- Hoe omschrijft God de begintijd van Zijn relatie met Israël in vers 2-3? Welke woorden gebruikt Hij voor die periode?
- Wat is volgens vers 13 het "dubbele kwaad" dat het volk gedaan heeft? Benoem beide onderdelen apart in uw eigen woorden.
- Op welke manieren beweert het volk onschuldig te zijn (zie vers 23 en 35), en hoe weerspreekt God dat?
Interpretatie— Wat betekent het?
- Waarom is het beeld van "lekkende bakken" zo treffend voor afgoderij? Wat zegt het over de aard van alles wat we in de plaats van God stellen — werkt het, en houdt het stand?
- God noemt Zichzelf "de bron van levend water" (vers 13). Hoe verdiept Jezus dit beeld in Johannes 4:13-14 en Johannes 7:37-38? Wat voegt Hij eraan toe?
Toepassing— Wat betekent het voor u?
- Afgoderij begint zelden met het bewust verlaten van God, maar met het langzaam graven van eigen bakken. Welke "bron" buiten God dreigt in uw leven de plaats van Hem in te nemen — zekerheid, status, een relatie, controle? Hoe merkt u dat die bron "lekt"?
- Het volk bleef zich onschuldig voelen. Waar zou eerlijke zelfkennis u helpen om niet uw omstandigheden, maar uw eigen hart als kern van een probleem te zien? Wat zou het betekenen om vandaag terug te keren naar "de bron van levend water"?
Gebed bij deze sessie
HEERE, bron van levend water, vergeef mij dat ik U zo vaak verlaat om zelf bakken uit te hakken die niets vasthouden. Ik graaf naar zekerheid en vreugde op plekken die altijd weer leeglopen, terwijl U Zelf de levende bron bent. Open mijn ogen voor de lekkende bakken in mijn leven en trek mij terug naar U. Laat mij drinken van het water dat U geeft, zodat ik nooit meer dorst. Amen.
Verder studeren: Lees Johannes 4:1-26, het gesprek van Jezus met de Samaritaanse vrouw bij de bron, en Openbaring 22:17. Hoe vervult Christus de belofte van "levend water"? Lees daarnaast Psalm 36:8-10, waar God ook "de bron van het leven" wordt genoemd.
Sessie 3 — In de hand van de pottenbakker
Lees Jeremia 18:1-23±40 minuten
Zou Ik met u niet kunnen doen zoals deze pottenbakker, huis van Israël? spreekt de HEERE. Zie, zoals klei in de hand van de pottenbakker, zo bent u in Mijn hand, huis van Israël. — Jeremia 18:6 (HSV)
God stuurt Jeremia naar het huis van een pottenbakker om daar een les te ontvangen. Terwijl de pottenbakker werkt, mislukt het stuk klei onder zijn handen — en hij maakt er een ander vat van, zoals het hem goeddunkt. Dat eenvoudige tafereel wordt een venster op Gods omgang met volken en mensen. God is soeverein als de pottenbakker, maar Zijn soevereiniteit is geen blind noodlot: God kondigt in vers 7-10 uitdrukkelijk aan dat Hij Zich afwendt van aangekondigd onheil wanneer een volk zich bekeert, en omgekeerd. Dit is dezelfde regel die wij in het boek Jona terugzagen bij Ninevé. Het beeld van de pottenbakker leert dus twee dingen tegelijk: dat wij volstrekt in Gods hand zijn, én dat Zijn handelen reageert op bekering of verharding. Juda kiest in dit hoofdstuk helaas de verharding (vers 12).
Zo leest u dit gedeelte
Lees eerst het tafereel bij de pottenbakker (vers 1-4), dan Gods uitleg (vers 5-10), en ten slotte de oproep en de reactie van het volk (vers 11-12). Let op het scharniermoment in vers 7-10: God formuleert hier een principe dat in twee richtingen werkt. Merk op hoe het volk antwoordt: "Het is hopeloos!" (vers 12) — niet berouw maar verharding. Lees daarna hoe het hoofdstuk overgaat in een aanslag op Jeremia (vers 18) en een van zijn klachten (vers 19-23). Neem deze vraag mee: hoe kan ik tegelijk zeggen "ik ben klei in Gods hand" én "mijn bekering doet ertoe"?
Vragen bij deze sessie
Observatie— Wat staat er?
- Wat gebeurt er met het vat onder de handen van de pottenbakker (vers 4), en wat doet hij vervolgens? Welk woord gebruikt de tekst voor wat de pottenbakker met de klei kan?
- Welk tweeledig principe legt God uit in vers 7-10? Beschrijf beide richtingen: wat doet God als een aangeklaagd volk zich bekeert, en wat als een gezegend volk kwaad doet?
- Hoe reageert het volk op Gods oproep tot bekering in vers 11-12? Welke woorden tonen hun verharding?
Interpretatie— Wat betekent het?
- Hoe verhoudt het beeld "klei in de hand van de pottenbakker" (vers 6) zich tot Gods uitspraak dat Hij reageert op bekering (vers 8)? Waarom is Gods soevereiniteit hier geen excuus om passief af te wachten?
- Vergelijk dit hoofdstuk met Jona 3:10 en Jeremia 26:3. Wat leren deze teksten samen over de manier waarop God Zijn aankondigingen van oordeel bedoelt — als een onherroepelijk vonnis, of als een ernstige waarschuwing die tot bekering wil leiden?
Toepassing— Wat betekent het voor u?
- Klei verzet zich niet tegen de pottenbakker, maar buigt mee. Op welk terrein van uw leven verzet u zich tegen Gods vormende hand, terwijl meegeven juist tot iets goeds zou leiden? Wat maakt het zo moeilijk om u te laten kneden?
- Het volk zei "het is hopeloos" in plaats van zich te bekeren. Herkent u die stem van verharding of moedeloosheid die zegt dat verandering toch geen zin heeft? Wat zegt Gods aanbod in vers 8 tegen die stem?
Gebed bij deze sessie
HEERE, U bent de pottenbakker en ik ben de klei. Dank U dat U mij niet weggooit als ik mislukt ben, maar mij opnieuw wilt vormen tot een vat dat U goeddunkt. Vergeef mij waar ik mij hard maak in Uw hand en zeg dat verandering toch geen zin heeft. Maak mij zacht en gewillig, en help mij te geloven dat U Zich afwendt van het oordeel wanneer wij ons tot U keren. Vorm mij naar Uw bedoeling. Amen.
Verder studeren: Lees Jesaja 64:8 en Romeinen 9:20-21, waar het beeld van pottenbakker en klei terugkeert, en let op het verschil in accent. Lees daarna Jeremia 19, waar Jeremia een aardewerken kruik kapot moet slaan: hoe verschilt die handeling van het beeld in hoofdstuk 18?
Sessie 4 — De klachten van de wenende profeet
Lees Jeremia 20:1-18±40 minuten
Toen dacht ik: Ik zal niet aan Hem denken en niet meer in Zijn Naam spreken. Maar het werd in mijn hart als een brandend vuur, opgesloten in mijn beenderen. Ik deed moeite om het in te houden, maar ik kon het niet. — Jeremia 20:9 (HSV)
Jeremia wordt de "wenende profeet" genoemd, en nergens komt zijn innerlijke worsteling sterker naar voren dan in de gedeelten die men zijn "belijdenissen" of klachten noemt (verspreid over Jeremia 11 tot 20). In hoofdstuk 20 wordt hij door de priester Pashur geslagen en een nacht lang in het blok gesloten — openbare vernedering. Daarna ontlaadt zich een van de meest rauwe gebeden uit de hele Bijbel. Jeremia verwijt God bijna dat Hij hem "overgehaald" heeft, hij wil zijn roeping opgeven — maar ontdekt dat Gods woord als een vuur in zijn binnenste brandt dat hij niet kan inhouden. Binnen enkele verzen wisselt hij van diepe wanhoop naar een uitbarsting van lofprijzing (vers 13) en daarna naar de vervloeking van de dag van zijn geboorte (vers 14-18). Deze klachten leren ons dat eerlijk, zelfs heftig gebed tot God past binnen een leven van geloof.
Zo leest u dit gedeelte
Lees eerst het korte verhaal van de mishandeling door Pashur (vers 1-6), dan Jeremia's klacht (vers 7-18). Let op de wilde stemmingswisselingen: aanklacht tegen God (vers 7), het vuur dat niet te stoppen is (vers 9), vertrouwen dat God met hem is (vers 11), lofprijzing (vers 13), en dan de zwartste verzen waarin hij zijn geboortedag vervloekt (vers 14-18). Merk op dat de tekst deze tegenstrijdige gevoelens náást elkaar laat staan, zonder ze glad te strijken. Neem deze vraag mee: mag een gelovige zó eerlijk en zelfs zó wanhopig tot God spreken — en wat zegt het dat de Bijbel dit gebed bewaard heeft?
Vragen bij deze sessie
Observatie— Wat staat er?
- Wat doet de priester Pashur met Jeremia in vers 1-2, en hoe reageert Jeremia met een woord van de HEERE in vers 3-6?
- Welke verschillende stemmingen doorloopt Jeremia in vers 7-18? Noem ze in volgorde — van zijn aanklacht tegen God tot het vervloeken van zijn geboortedag.
- Hoe beschrijft Jeremia in vers 9 wat er gebeurt als hij probeert te zwijgen over Gods woord? Welk beeld gebruikt hij?
Interpretatie— Wat betekent het?
- Jeremia zegt in vers 7 letterlijk dat God hem "overgehaald" of zelfs "verleid" heeft. Hoe kan een profeet zo tegen God spreken en toch een man van geloof blijven? Wat zegt dit over de aard van echt gebed?
- Binnen één gedeelte staat de lofprijzing van vers 13 vlak naast de wanhoop van vers 14-18. Waarom strijkt de Bijbel die spanning niet glad? Wat troost het u dat zulke tegenstrijdige gevoelens in één gebed mogen staan?
Toepassing— Wat betekent het voor u?
- Jeremia hield niets achter voor God — ook zijn boosheid en wanhoop niet. Zijn er gevoelens die u voor God verbergt omdat u ze "niet vroom genoeg" vindt? Wat zou er veranderen als u die net zo eerlijk bij Hem bracht als Jeremia?
- Het woord van God brandde in Jeremia als een vuur dat hij niet kon inhouden, zelfs toen hij wilde stoppen. Wat houdt ú gaande in geloof of dienst, ook op momenten dat u het liefst zou opgeven? Hoe houdt God Zelf dat vuur brandend?
Gebed bij deze sessie
Heere, dank U dat ik bij U terechtkan met alles wat in mij omgaat — ook met mijn boosheid, mijn twijfel en mijn wanhoop. Zoals Jeremia rauw en eerlijk tot U riep, zo mag ook ik komen zonder mooie woorden. Laat Uw woord in mij branden als een vuur dat ik niet kan inhouden, ook als ik het zwaar heb. En leer mij, midden in mijn klacht, toch te zingen: de HEERE is met mij als een geweldige Held. Amen.
Verder studeren: Lees de klaagpsalmen Psalm 13 en Psalm 88 en vergelijk hun toon met Jeremia's klacht. Lees daarna Job 3, waar ook Job zijn geboortedag vervloekt. Hoe laat de Bijbel zien dat eerlijke klacht een vorm van geloof is en geen ongeloof?
Sessie 5 — Vervolging en volhardende trouw
Lees Jeremia 26:1-24; 38:1-13±40 minuten
Wat mij betreft, zie, ik ben in uw hand; doe met mij zoals goed en juist is in uw ogen. — Jeremia 26:14 (HSV)
Trouw blijven aan een boodschap die niemand wil horen, kost Jeremia bijna zijn leven. In hoofdstuk 26 profeteert hij in de tempel dat God het huis van de HEERE als Silo zal maken — een onverdraaglijke uitspraak voor wie meende dat de tempel Jeruzalem onaantastbaar maakte. De priesters en profeten eisen zijn dood. Jeremia verdedigt zich niet met list, maar legt zijn leven in hun hand en herhaalt rustig dat God hem gezonden heeft. Enkele oudsten redden hem door te wijzen op het precedent van de profeet Micha. In hoofdstuk 38 gaat het nog verder: omdat Jeremia oproept om zich aan de Babyloniërs over te geven, wordt hij in een modderige put gegooid om er te sterven. Een buitenlander, de Ethiopiër Ebed-Melech, durft voor hem op te komen en redt hem. Deze gedeelten tonen de prijs van profetische trouw — en dat God onverwachte mensen gebruikt om Zijn dienaren te bewaren.
Zo leest u dit gedeelte
Lees eerst Jeremia 26:1-24: let op de opdracht "doe er geen woord af" (vers 2), de doodsbedreiging (vers 8-11), Jeremia's rustige verdediging (vers 12-15) en de redding door de oudsten met het voorbeeld van Micha (vers 17-19). Lees daarna Jeremia 38:1-13: de beschuldiging van "ondermijning van het moreel" (vers 4), de put (vers 6) en de moedige redding door Ebed-Melech (vers 7-13). Let op het contrast tussen de hooggeplaatsten die Jeremia willen doden en de vreemdeling die zijn leven waagt. Neem deze vraag mee: wat geeft een mens de innerlijke rust om, zoals Jeremia, te zeggen "ik ben in uw hand"?
Vragen bij deze sessie
Observatie— Wat staat er?
- Welke boodschap moet Jeremia in de tempel brengen (26:2-6), en welke voorwaarde stelt God daarbij over hoe hij het moet brengen? Hoe reageren de priesters en profeten (26:8-11)?
- Hoe verdedigt Jeremia zich in 26:12-15? Welke woorden in vers 14 tonen zijn houding tegenover de dreiging van de dood?
- Waarom wordt Jeremia in hoofdstuk 38 in de put gegooid (38:1-6), en wie komt voor hem op? Beschrijf hoe Ebed-Melech hem redt (38:7-13).
Interpretatie— Wat betekent het?
- Jeremia zegt: "Ik ben in uw hand; doe met mij zoals goed en juist is" (26:14). Hoe verschilt deze houding van zowel lafheid als roekeloosheid? Wat onthult zij over waar Jeremia zijn veiligheid uiteindelijk zoekt?
- De geestelijke leiders willen Jeremia doden, terwijl de buitenlander Ebed-Melech zijn leven voor hem waagt. Wat zegt dit contrast over waar trouw aan God vandaan kan komen — en hoe vaak ze van een onverwachte kant komt?
Toepassing— Wat betekent het voor u?
- Jeremia bracht een waarheid die hem gehaat maakte, zonder de boodschap af te zwakken. Wanneer bent u geneigd Gods woord te "verzachten" om de vrede te bewaren of erbij te horen? Wat zou trouw blijven in zo'n situatie van u vragen?
- Ebed-Melech nam een persoonlijk risico om een vervolgde te helpen. Wie in uw omgeving betaalt nu een prijs voor zijn geloof of voor het doen van het goede? Wat zou het concreet voor u kunnen kosten om voor zo iemand op te komen?
Gebed bij deze sessie
Trouwe God, geef mij de rust van Jeremia, die zelfs onder doodsbedreiging kon zeggen: "Ik ben in Uw hand." Bewaar mij ervoor Uw woord af te zwakken om de vrede of mijn eigen positie te beschermen. Maak mij ook tot een Ebed-Melech voor wie vandaag onrecht of vervolging lijdt: geef mij de moed om op te komen waar het mij iets kost. Dank U dat U Uw dienaren bewaart langs wegen die wij niet hadden bedacht. Amen.
Verder studeren: Lees Micha 3:12, het precedent dat Jeremia in 26:18 redt, en let op hoe het profetische woord generaties lang doorwerkt. Lees daarna Jeremia 39:15-18, Gods belofte aan Ebed-Melech, en Hebreeën 11:32-38 over hen die door geloof leden. Hoe past Jeremia in die "wolk van getuigen"?
Sessie 6 — Het nieuwe verbond
Lees Jeremia 31:1-40±45 minuten
Maar dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël zal sluiten, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn. — Jeremia 31:33 (HSV)
Midden in een boek vol oordeel licht in de hoofdstukken 30-33 (het "boek van de troost") een onverwacht heldere belofte op. Het hoogtepunt is Jeremia 31:31-34: God belooft een "nieuw verbond", anders dan het verbond bij de Sinaï dat het volk verbroken heeft. Bij dit nieuwe verbond schrijft God Zijn wet niet op stenen tafelen maar in het hart, kennen allen Hem van klein tot groot, en — het wonder van vers 34 — vergeeft Hij hun ongerechtigheid en denkt aan hun zonde niet meer. Dit is een van de meest stralende beloften van het Oude Testament. Jezus grijpt er rechtstreeks op terug bij de instelling van het Avondmaal: "Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed" (Lukas 22:20). Hebreeën 8 citeert Jeremia 31 in zijn geheel om te laten zien dat Christus de Middelaar van juist dit verbond is. We lezen deze belofte nuchter en troostvol: niet als materiaal voor een eindtijdschema, maar als het hart van het Evangelie — een God Die Zelf het hart vernieuwt en de zonde wegdoet.
Zo leest u dit gedeelte
Lees het hele hoofdstuk, maar concentreer u op de kern in vers 31-34. Let op de vier beloften van het nieuwe verbond: de wet in het hart (vers 33), "Ik zal hun tot een God zijn" (vers 33), allen zullen Hem kennen (vers 34) en de vergeving die de zonde niet meer gedenkt (vers 34). Merk op waarin dit verbond verschilt van het oude (vers 32). Let ook op de troostvolle beelden eerder in het hoofdstuk: de dans van de jonge vrouwen (vers 13) en het wenen van Rachel dat in vreugde verkeert (vers 15-17). Neem deze vraag mee: waarom is "vergeven en niet meer gedenken" het fundament onder alle andere beloften?
Vragen bij deze sessie
Observatie— Wat staat er?
- Welke vier dingen belooft God bij het nieuwe verbond in vers 33-34? Noem ze afzonderlijk.
- In welk opzicht is het nieuwe verbond anders dan het verbond dat God "met hun vaderen sloot" (vers 32)? Wat was er met dat oude verbond misgegaan?
- Waar wordt Gods wet bij het nieuwe verbond geschreven (vers 33), en wat is het verschil met stenen tafelen? Hoe besluit God Zijn belofte in vers 34?
Interpretatie— Wat betekent het?
- Waarom is de belofte "Ik zal aan hun zonde niet meer denken" (vers 34) het fundament onder alle andere beloften van het verbond? Wat zou er gebeuren met "de wet in het hart" als de vergeving zou ontbreken?
- Jezus zegt bij het Avondmaal: "Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed" (Lukas 22:20), en Hebreeën 8 citeert Jeremia 31. Hoe vervult Christus deze belofte concreet? Waarom is er bloed, een offer, nodig om de zonde werkelijk "niet meer te gedenken"?
Toepassing— Wat betekent het voor u?
- Het verschil tussen wet op steen en wet in het hart is het verschil tussen plicht van buiten en verlangen van binnen. Waar dient u God nog uit plicht of angst, en waar verlangt uw hart werkelijk naar Hem? Wat zou het betekenen als God Zijn wil dieper in uw hart schreef?
- God belooft uw zonde "niet meer te gedenken". Welke schuld uit uw verleden blijft u zichzelf nog aanrekenen, terwijl God die in Christus heeft weggedaan? Hoe verandert deze belofte de manier waarop u naar uzelf en naar het Avondmaal kijkt?
Gebed bij deze sessie
Genadige God, dank U voor het nieuwe verbond, gesloten in het bloed van Uw Zoon. Dank U dat U Uw wet niet op koude steen maar in mijn hart wilt schrijven, dat U mij kent en wilt dat ik U ken, en — wat mij het diepst raakt — dat U mijn zonde niet meer gedenkt. Vergeef mij dat ik U soms uit plicht of angst dien; vernieuw mijn hart zodat ik U liefheb omdat U mij eerst hebt liefgehad. Telkens als ik het Avondmaal vier, herinner mij eraan dat deze beker Uw verbond is, voor mij. Amen.
Verder studeren: Lees Lukas 22:14-20 (de instelling van het Avondmaal) en Hebreeën 8:6-13, dat Jeremia 31 volledig citeert. Lees daarna Ezechiël 36:25-27 over het nieuwe hart en de Geest. Hoe vullen deze teksten samen de belofte van het nieuwe verbond aan?
Sessie 7 — De val van Jeruzalem
Lees Jeremia 39:1-18; 52:1-30±40 minuten
De HEERE heeft gedaan wat Hij Zich had voorgenomen. Hij heeft Zijn woord vervuld dat Hij vanaf de dagen van weleer geboden had. — Klaagliederen 2:17a (HSV)
Veertig jaar lang had Jeremia gewaarschuwd, en in 586 voor Christus gebeurt wat hij had aangekondigd: na een lange belegering valt Jeruzalem in handen van de Babyloniërs. De stadsmuren worden afgebroken, de tempel verbrand, koning Zedekia moet toezien hoe zijn zonen gedood worden voordat hijzelf wordt verblind en weggevoerd. Hoofdstuk 39 beschrijft de val zelf en, opvallend, Gods bewaring van Jeremia en de redding van Ebed-Melech. Hoofdstuk 52 — een soort aanhangsel, grotendeels parallel aan 2 Koningen 25 — geeft de nuchtere, gedetailleerde feiten: de buit, de weggevoerden, de geëxecuteerden. Dit is geen moment van triomf voor de profeet. Het is de bittere vervulling van Gods woord over een volk dat niet wilde horen. Toch eindigt hoofdstuk 52 met een klein lichtpunt: de vrijlating van de weggevoerde koning Jojachin (vers 31-34) — een teken dat de lijn van David, en daarmee Gods belofte, niet is uitgedoofd.
Zo leest u dit gedeelte
Lees Jeremia 39:1-18: de inname van de stad (vers 1-3), de vlucht en het tragische lot van Zedekia (vers 4-7), de verwoesting (vers 8-10) en Gods bewaring van Jeremia en Ebed-Melech (vers 11-18). Lees daarna Jeremia 52:1-30 voor de feitelijke balans, en eventueel 52:31-34 over Jojachin. Let op de nuchtere, bijna boekhoudkundige toon: de Bijbel verbloemt de ramp niet. Merk op dat juist te midden van het oordeel God twee mensen bewaart die op Hem vertrouwden. Neem deze vraag mee: wat betekent het voor uw beeld van God dat Hij Zijn aangekondigde woord — ook het zware — werkelijk vervult, en dat Hij tegelijk de Zijnen bewaart?
Vragen bij deze sessie
Observatie— Wat staat er?
- Hoe verloopt de val van Jeruzalem volgens 39:1-8? Wat gebeurt er achtereenvolgens met de stad, de tempel en koning Zedekia?
- Wat gebeurt er met Jeremia zelf (39:11-14) en met Ebed-Melech (39:15-18) te midden van de verwoesting? Welke reden geeft God voor de redding van Ebed-Melech?
- Welke nuchtere feiten somt hoofdstuk 52 op over de buit en de weggevoerden? En hoe eindigt het boek in 52:31-34?
Interpretatie— Wat betekent het?
- Jeremia had de val veertig jaar lang aangekondigd. Waarom is de vervulling geen overwinning voor de profeet maar een verdriet? Wat zegt dit over het verschil tussen "gelijk krijgen" en werkelijk om mensen geven?
- Te midden van het oordeel bewaart God Jeremia en Ebed-Melech (39:11-18). En het boek eindigt met de vrijlating van Jojachin (52:31-34). Welke draad van trouw en hoop loopt er zo dwars door de ramp heen? Waarom is de lijn van David belangrijk (vergelijk 2 Samuël 7:16)?
Toepassing— Wat betekent het voor u?
- God vervulde Zijn woord, ook het waarschuwende. Neemt u Gods waarschuwingen even serieus als Zijn beloften? Waar bent u geneigd te denken dat het met u "wel zal meevallen", terwijl God duidelijk heeft gesproken?
- Zelfs in een tijd van verwoesting bewaarde God de Zijnen. Hoe troost het u dat Gods trouw niet pas zichtbaar wordt als alles goed gaat, maar juist standhoudt midden in verlies en afbraak? Aan welk verlies in uw eigen leven raakt dit?
Gebed bij deze sessie
Heere, U bent een God Die Uw woord vervult — ook Uw waarschuwingen. Help mij Uw spreken serieus te nemen en niet te denken dat het oordeel mij niet aangaat. Dank U dat U te midden van de grootste verwoesting de Uwen bewaart, zoals U Jeremia en Ebed-Melech bewaarde. Dank U dat zelfs in de val van Jeruzalem Uw belofte aan David niet doofde, maar uitliep op Christus. Leer mij op U te vertrouwen, ook als alles om mij heen afbreekt. Amen.
Verder studeren: Lees Klaagliederen 1 en 3:19-26: dit zijn de klaagliederen over het gevallen Jeruzalem, naar traditie van Jeremia, waarin het diepste verdriet en de grootste hoop ("Zijn barmhartigheden zijn elke morgen nieuw") naast elkaar staan. Lees daarna 2 Koningen 25 als parallel aan Jeremia 52.
Sessie 8 — Hoop na zeventig jaar — Gods gedachten van vrede
Lees Jeremia 29:1-23; 30:1-33:26±45 minuten
Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de HEERE. Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven. — Jeremia 29:11 (HSV)
Het boek Jeremia eindigt niet bij de puinhopen, maar bij de hoop. In hoofdstuk 29 schrijft Jeremia een brief aan de ballingen in Babel. Tegen valse profeten in, die een snelle terugkeer beloofden, vertelt hij hun de waarheid: de ballingschap duurt zeventig jaar. Maar juist daarbinnen geeft hij Gods opdracht én Gods belofte. De opdracht: bouw huizen, plant tuinen, zoek de vrede van de stad waarin u woont en bid ervoor (vers 5-7). De belofte: na die zeventig jaar zal God omzien naar Zijn volk en hen terugbrengen (vers 10), want Hij koestert gedachten van vrede, om hun "toekomst en hoop" te geven (vers 11). Dit beroemde vers is dus geen losse spreuk over persoonlijk geluk, maar een belofte aan een volk in ballingschap, dat eerst nog een lange weg van geduld moet gaan. We lezen het nuchter: niet als garantie dat het ons altijd voor de wind zal gaan, maar als de vaste toezegging dat God trouw blijft en Zijn volk een toekomst geeft. De hoofdstukken 30-33 vullen dit aan met beloften van herstel die uiteindelijk vervuld worden in Christus.
Zo leest u dit gedeelte
Lees eerst de brief aan de ballingen (29:1-14): let op de opmerkelijke opdracht om vrede te zoeken voor Babel (vers 7), de waarschuwing tegen valse profeten (vers 8-9), en pas dán de belofte van vers 10-14. Lees vers 11 nadrukkelijk in zijn verband — let op de zeventig jaar in vers 10 die eraan voorafgaan. Lees daarna een keuze uit de hoopvolle hoofdstukken 30-33, bijvoorbeeld 31:31-34 (nieuw verbond, zie sessie 6) en 33:14-16 (de "rechtvaardige SPRUIT" uit Davids huis). Neem deze vraag mee: hoe verandert het de betekenis van "toekomst en hoop" wanneer u beseft dat de belofte gold ten midden van zeventig jaar ballingschap?
Vragen bij deze sessie
Observatie— Wat staat er?
- Welke opdracht geeft Jeremia de ballingen in 29:5-7 over hoe zij in Babel moeten leven? Wat moeten zij doen met de stad waarin zij gevangen zitten?
- Hoe lang zal de ballingschap duren volgens vers 10, en wat belooft God voor dáárna in vers 10-14? Lees vers 11 in dit verband: aan wie wordt deze belofte gericht?
- Tegen wie waarschuwt Jeremia in vers 8-9 en 29:15-23? Wat beloofden deze valse profeten dat afweek van Jeremia's boodschap?
Interpretatie— Wat betekent het?
- Jeremia 29:11 wordt vaak als losse bemoediging gebruikt. Wat gaat er verloren als we vers 10 (de zeventig jaar) negeren? Hoe verandert het de belofte wanneer "toekomst en hoop" pas ná een lange tijd van geduld komen?
- God draagt de ballingen op de vrede te zoeken van Babel, de stad van hun vijand (vers 7). Hoe sluit dit aan bij wat we eerder in Jona over Gods hart voor de volken zagen, en bij Jezus' opdracht om vijanden lief te hebben (Mattheüs 5:44)?
Toepassing— Wat betekent het voor u?
- De ballingen moesten huizen bouwen en tuinen planten in een situatie die zij liever vandaag verlaten hadden. Bevindt u zich in een "ballingschap" — een situatie die u niet kunt veranderen en die nog lang kan duren? Wat zou het betekenen om dáár trouw te leven en het goede te zoeken in plaats van alleen te wachten?
- Terugkijkend op alle acht sessies: welk beeld van Gods karakter uit het boek Jeremia heeft u het meest geraakt — Zijn waarschuwende ernst, Zijn ontferming, of Zijn trouw die door oordeel heen een nieuw verbond schenkt? Wat is één concrete manier waarop u die hoop deze week wilt vasthouden of doorgeven?
Gebed bij deze sessie
HEERE, dank U dat U gedachten van vrede over Uw volk koestert, om toekomst en hoop te geven — ook als de weg daarheen lang is en door ballingschap heen voert. Help mij om niet alleen te wachten op verandering, maar trouw te leven en het goede te zoeken op de plek waar U mij gezet hebt, zelfs als die plek voelt als een vreemd land. Bewaar mij voor de valse troost die snel herstel belooft, en geef mij de echte hoop die in Christus vast verankerd is. Dank U dat Uw trouw door oordeel heen reikt tot een nieuw verbond. Amen.
Verder studeren: Lees Daniël 9:1-3, waar Daniël juist op grond van Jeremia's "zeventig jaar" begint te bidden — een voorbeeld van hoe Gods belofte tot gebed leidt in plaats van tot passief afwachten. Lees daarna Jeremia 33:14-16 over de "rechtvaardige SPRUIT" en Lukas 1:32-33: hoe komen de herstelbeloften van Jeremia uiteindelijk tot vervulling in Jezus?
Tips voor het groepsgesprek
- Begin elke sessie met een korte terugblik: vraag deelnemers wat hen is bijgebleven uit de vorige sessie of uit hun persoonlijke bijbellezen. Jeremia is lang en thematisch geordend, dus een korte plaatsing in de tijdlijn (Josia, ballingschap, val van Jeruzalem) helpt het overzicht te bewaren.
- Stel open vragen en geef iedereen de ruimte om te antwoorden. Er zijn geen "foute" antwoorden bij toepassingsvragen — het gaat om eerlijke reflectie, juist bij de klachten van Jeremia die rauwe gevoelens aanraken.
- Houd bij de profetische gedeelten de nuchtere lijn vast: laat het gesprek niet ontsporen in speculatie over eindtijddata of -schema's. Breng het terug naar de kern door te vragen: "Wat zegt deze tekst hier over Gods trouw, over bekering en over hoop?"
- Sluit elke sessie af met een concreet voornemen. Vraag elke deelnemer: "Wat is één ding dat je deze week wilt toepassen uit wat we gelezen hebben?" Bij Jeremia raakt dat vaak aan volharding, eerlijk gebed en hoop houden in moeilijke tijden.
Veelgestelde vragen
Wie schreef het boek Jeremia en wanneer speelt het zich af?
Het boek bevat de profetieën van Jeremia, de zoon van de priester Hilkia uit Anathoth. Hij profeteerde van het dertiende jaar van koning Josia (rond 627 voor Christus) tot na de val van Jeruzalem in 586 voor Christus — ruim veertig jaar, in de laatste decennia van het koninkrijk Juda. Volgens Jeremia 36 dicteerde Jeremia veel van zijn woorden aan zijn schrijver Baruch, die ze opschreef. De joodse en christelijke traditie heeft het boek altijd met Jeremia zelf verbonden.
Wat is het hoofdthema van het boek Jeremia?
Het hoofdthema is Gods trouw die zelfs door oordeel heen reikt. God moet Zijn volk om zijn hardnekkige afval oordelen — de val van Jeruzalem en de ballingschap — maar Hij blijft trouw en belooft een nieuw begin: een nieuw verbond waarbij Hij Zijn wet in het hart schrijft (Jeremia 31:33) en de zonde niet meer gedenkt, plus hoop en toekomst na zeventig jaar ballingschap (Jeremia 29:11). De rode draad is niet een eindtijdschema, maar Gods karakter: rechtvaardig én ontfermend.
Waarom wordt Jeremia "de wenende profeet" genoemd?
Jeremia kreeg de zware taak om jarenlang Gods oordeel aan te kondigen over een volk dat niet wilde luisteren, terwijl zijn hart om datzelfde volk brak. In zijn "belijdenissen" of klachten (verspreid over Jeremia 11-20) deelt hij openlijk zijn verdriet, eenzaamheid en wanhoop met God. De bijnaam "wenende profeet" past ook bij het boek Klaagliederen, dat naar traditie aan Jeremia wordt toegeschreven en het verdriet over het gevallen Jeruzalem bezingt.
Is deze bijbelstudie geschikt voor beginners?
Deze studie heeft het niveau "gevorderd", omdat Jeremia een lang en thematisch geordend boek is dat enige bijbelvaardigheid vraagt. Wie net begint, kan beter eerst een kort, vertellend boek bestuderen, zoals Jona. Tegelijk is de gids zo opgebouwd dat de structuur per thema wordt aangereikt, met observatie-, interpretatie- en toepassingsvragen. Met een gewillig hart en de bereidheid om hele gedeelten te lezen, kan ook een gemotiveerde beginner er veel uit halen.
Wat is het nieuwe verbond uit Jeremia 31, en wat heeft het met Jezus te maken?
In Jeremia 31:31-34 belooft God een nieuw verbond, anders dan het verbond bij de Sinaï dat het volk verbrak. Bij dit verbond schrijft God Zijn wet in het hart, kennen allen Hem, en vergeeft Hij de zonde zó volledig dat Hij die "niet meer gedenkt". Jezus grijpt hier rechtstreeks op terug bij het Avondmaal: "Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed" (Lukas 22:20), en Hebreeën 8 citeert Jeremia 31 om te tonen dat Christus de Middelaar van dit verbond is. Het nieuwe verbond is daarmee het hart van het Evangelie.
Hoeveel tijd heb ik per sessie nodig?
Reken op 40 tot 45 minuten per sessie. Dit omvat het lezen van de bijbelpassage — bij Jeremia soms meerdere of langere hoofdstukken — het beantwoorden van de vragen en tijd voor gebed. In een groepssetting kan het iets langer duren door de bespreking. Omdat sommige sessies meerdere hoofdstukken beslaan, kan het helpen het lezen alvast thuis te doen en de samenkomst voor bespreking en gebed te gebruiken.