Over deze studie
Deze bijbelstudie neemt u in vier sessies mee door alle vier de hoofdstukken van het boek Jona. U volgt de profeet die wegvlucht voor zijn roeping, belandt in een storm en in de buik van een grote vis, daar tot God bidt, alsnog naar Ninevé gaat en vervolgens boos wordt als God de stad spaart. Elk hoofdstuk belicht een ander aspect: Gods roeping waaraan niet te ontkomen valt, gebed in de diepste nood, de kracht van echte bekering, en Gods vraag aan ieder van ons: mag Ik Mij ontfermen over wie u liever ziet ondergaan? De studie is geschikt voor persoonlijke overdenking en groepsgesprek, en bevat observatie-, interpretatie- en toepassingsvragen die u helpen de tekst te begrijpen en toe te passen in uw dagelijks leven.
- Bijbelboek
- Jona 1-4
- Sessies
- 4
- Duur
- 4 weken
- Per sessie
- ±36 minuten
Voor wie: Deze studie is geschikt voor iedereen die de Bijbel beter wil leren kennen, of u nu pas gelovig bent of al langer op weg. Het boek Jona is kort en vertellend, waardoor het zich uitstekend leent voor wie voor het eerst een bijbelboek van begin tot eind bestudeert. De vragen zijn toegankelijk maar nodigen ook uit tot dieper nadenken over Gods karakter en uw eigen hart. Ideaal voor persoonlijke stille tijd, huiskringen en bijbelstudiegroepen.
Wat u leert in deze studie
- Begrijpen wie Jona was, in welke tijd hij leefde en waarom de opdracht naar Ninevé zo ingrijpend voor hem was.
- Ontdekken dat niemand kan wegvluchten voor Gods roeping, en dat God mensen in liefde achtervolgt en opzoekt.
- Leren bidden naar het voorbeeld van Jona's gebed in de vis: eerlijk, vanuit de diepte, met hoop op Gods redding.
- Zien wat echte bekering inhoudt aan de hand van Ninevé, en hoe Gods berouw over het aangekondigde kwaad Zijn genade toont.
- Gods ontferming over mensen buiten het verbondsvolk herkennen en de lijn naar Jezus en "het teken van Jona" leren trekken.
Wat hebt u nodig?
- Een Bijbel (bij voorkeur de Herziene Statenvertaling of NBV21)
- Een notitieboekje of dagboek om antwoorden en inzichten op te schrijven
- Een pen of potlood
- Optioneel: een studiekaart of inleiding op Jona (beschikbaar op BijbelAssistent)
Overzicht van de sessies
Sessie 1 — De profeet die wegvlucht
Lees Jona 1:1-17±35 minuten
Ik ben een Hebreeër en ik vrees de HEERE, de God van de hemel, Die de zee en het droge gemaakt heeft. — Jona 1:9 (HSV)
Jona, de zoon van Amitthai, was een profeet uit Gath-Hefer in het noordelijke rijk Israël, ten tijde van koning Jerobeam II (rond 780 voor Christus, zie 2 Koningen 14:25). God roept hem om te prediken tegen Ninevé, de hoofdstad van het wrede Assyrische rijk — de gevreesde vijand van Israël. Jona doet wat geen enkele andere profeet doet: hij staat op en vlucht, per schip naar Tarsis, precies de andere kant op. Maar de HEERE, Die de zee en het droge gemaakt heeft, laat hem niet gaan.
Zo leest u dit gedeelte
Lees het hoofdstuk rustig door en let op de tegenstelling tussen Jona en de heidense zeelieden: wie bidt er, en wie slaapt? Merk op hoe vaak er sprake is van "neerdalen" — Jona daalt af naar Jafo, in het schip, in het ruim. Let ook op wat de zeelieden in vers 16 doen, en hoe het hoofdstuk eindigt met de vis die de HEERE beschikt (vers 17). Neem deze vraag mee: waarom zou Jona liever vluchten dan gehoorzamen?
Vragen bij deze sessie
Observatie— Wat staat er?
- Welke opdracht krijgt Jona in vers 1-2, en wat doet hij in vers 3? Welke woorden laten zien hoe bewust en vastbesloten zijn vlucht is?
- Hoe reageren de zeelieden op de storm (vers 5-6), en wat doet Jona op datzelfde moment? Wat valt u op aan dit contrast?
Interpretatie— Wat betekent het?
- Jona belijdt in vers 9 dat hij de HEERE vreest, "Die de zee en het droge gemaakt heeft". Hoe verhoudt deze belijdenis zich tot zijn poging om over zee voor God weg te vluchten?
- Jona zegt in vers 12: "Pak mij op en werp mij in de zee." Is dit een daad van wanhoop, van schuldbesef, of van zorg voor de zeelieden? Wat zegt de tekst hierover?
- In vers 16 worden de zeelieden "zeer bevreesd voor de HEERE", brengen zij Hem een slachtoffer en leggen zij geloften af. Wat is hier ironisch aan, als u bedenkt waarvoor Jona eigenlijk geroepen was?
Toepassing— Wat betekent het voor u?
- Jona vluchtte "weg van het aangezicht van de HEERE" (vers 3). Zijn er terreinen in uw leven waar u weet wat God van u vraagt, maar waar u liever de andere kant op gaat? Wat houdt u tegen?
- God gebruikt een storm om Jona stil te zetten. Hebt u weleens achteraf gezien dat God een moeilijke omstandigheid gebruikte om u terug te roepen? Wat leerde u daarvan?
Gebed bij deze sessie
HEERE, God van de hemel, U Die de zee en het droge gemaakt hebt, voor U kan ik niet wegvluchten. Vergeef mij de momenten waarop ik Uw stem hoorde en toch de andere kant op ging. Dank U dat U mij niet loslaat, maar mij opzoekt — zelfs als dat door een storm heen moet. Geef mij een gewillig hart, dat niet vlucht voor Uw roeping maar opstaat en gaat. Amen.
Verder studeren: Lees 2 Koningen 14:23-27 over de tijd waarin Jona profeteerde. Lees daarna Psalm 139:7-12 en overdenk: waarom is het onmogelijk — én troostvol — dat niemand voor Gods aangezicht kan wegvluchten?
Sessie 2 — Gebed in de diepte
Lees Jona 2:1-10±35 minuten
Maar ik, met dankzegging zal ik U offers brengen; wat ik beloofd heb, zal ik nakomen. Het heil is van de HEERE! — Jona 2:9 (HSV)
De HEERE beschikt een grote vis om Jona op te slokken, en drie dagen en drie nachten is Jona in het binnenste van de vis (Jona 1:17). Wat een graf had moeten zijn, wordt door Gods genade een plaats van redding en gebed. Jona's gebed in dit hoofdstuk is doortrokken van de taal van de Psalmen: hij bidt met woorden die hij van jongs af kende. Jezus verwijst later naar deze drie dagen als teken van Zijn eigen dood en opstanding (Mattheüs 12:39-41) — Jona's diepte wijst vooruit naar het graf dat Christus voor ons overwon.
Zo leest u dit gedeelte
Lees het gebed bij voorkeur twee keer: eerst in één keer door, daarna langzaam, vers voor vers. Let op de beweging in het gebed: van de diepte van de zee (vers 3-6) omhoog naar Gods heilige tempel. Merk op dat Jona dankt en belooft terwijl hij nog ín de vis zit — de redding is nog niet voltooid. Neem deze vraag mee: wat weet Jona over God, waardoor hij in deze diepte toch kan hopen?
Vragen bij deze sessie
Observatie— Wat staat er?
- Vanuit welke plaats bidt Jona volgens vers 1-2, en hoe omschrijft hij zijn nood in vers 3-6? Noem de concrete beelden die hij gebruikt voor de diepte waarin hij zich bevindt.
- Jona zegt in vers 3: "Want U wierp mij de diepte in." Toch waren het de zeelieden die hem in zee wierpen. Wat zegt deze woordkeus over hoe Jona naar zijn situatie kijkt?
Interpretatie— Wat betekent het?
- In vers 4 voelt Jona zich "verstoten" van voor Gods ogen, maar zegt hij ook: "Toch zal ik opnieuw aanschouwen Uw heilige tempel." Hoe kunnen wanhoop en hoop zo dicht bij elkaar liggen in één gebed?
- Vers 8 zegt: "Wie nietige afgoden vereren, verlaten Hem Die hun goedertieren is." Wat bedoelt Jona hiermee, en waarom is deze les juist in de buik van de vis zo passend?
- Jona besluit zijn gebed met: "Het heil is van de HEERE!" (vers 9). Waarom is dit de kernzin van het hele boek? Wat betekent het dat redding van God komt en niet van onszelf?
Toepassing— Wat betekent het voor u?
- Jona riep "uit de schoot van het graf" (vers 2) en God hoorde hem. Is er een diepte in uw leven — verdriet, schuld, angst — die u nog niet werkelijk in gebed bij God gebracht hebt? Wat houdt u tegen om dat nu te doen?
- Jona dankt God al vóórdat hij gered is (vers 9). Hoe zou het uw gebedsleven veranderen als u God dankt om Wie Hij is, nog voordat u de uitkomst ziet? Noem een concrete situatie waarin u dit deze week kunt oefenen.
Gebed bij deze sessie
Heere, dank U dat geen diepte te diep is voor U. Jona riep tot U uit de schoot van het graf, en U hoorde hem. Dank U dat Uw Zoon nog dieper afdaalde — in de dood — en op de derde dag opstond, zodat er voor mij redding is. Leer mij bidden zoals Jona: eerlijk over mijn nood, en vol vertrouwen op Uw trouw. Het heil is van U, HEERE; ik verwacht het van niemand anders. Amen.
Verder studeren: Lees Mattheüs 12:39-41, waar Jezus over "het teken van Jona" spreekt. Lees daarna Psalm 18:5-7 en Psalm 30:2-4 en zoek de overeenkomsten met Jona's gebed: hoe leerde Jona bidden met de woorden van de Psalmen?
Sessie 3 — De bekering van Ninevé
Lees Jona 3:1-10±35 minuten
Toen zag God wat zij deden, dat zij zich bekeerden van hun slechte weg. En God kreeg berouw over het kwade dat Hij gezegd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet. — Jona 3:10 (HSV)
Het woord van de HEERE komt "voor de tweede keer" tot Jona — God geeft Zijn profeet een nieuwe kans. Deze keer gehoorzaamt Jona en gaat hij naar Ninevé, een geweldig grote stad. Zijn boodschap is kort en ernstig: nog veertig dagen, dan wordt Ninevé ondersteboven gekeerd. Wat dan gebeurt, is een van de grootste wonderen van het Oude Testament: een hele heidense stad, van de koning tot de geringste, gelooft God en bekeert zich. Dit hoofdstuk laat zien dat geen mens en geen stad te ver weg is voor Gods genade.
Zo leest u dit gedeelte
Let bij het lezen op het tempo: Jona's preek is maar één zin (vers 4), maar de reactie beslaat bijna het hele hoofdstuk. Merk op hoe breed de bekering is: de mensen, de koning, zelfs de dieren delen in het vasten en de rouw. Let in het bijzonder op de woorden van de koning in vers 8-9: wat moet er veranderen, en waar hoopt hij op? Neem deze vraag mee: wat maakt bekering écht — woorden, daden, of beide?
Vragen bij deze sessie
Observatie— Wat staat er?
- Vergelijk vers 1-3 met Jona 1:1-3. Wat is hetzelfde aan Gods opdracht, en wat is er veranderd in Jona's reactie? Wat zegt het over God dat Zijn woord "voor de tweede keer" tot Jona komt?
- Hoe reageren de inwoners van Ninevé op Jona's prediking volgens vers 5-9? Noem de concrete stappen die de mensen en de koning zetten.
Interpretatie— Wat betekent het?
- De koning roept in vers 8 op dat ieder zich bekeert "van zijn slechte weg en van het geweld dat aan zijn handen kleeft". Waarom horen vasten en rouwbeklag bij elkaar mét het breken met concreet onrecht? Wat zou bekering zonder dat laatste waard zijn?
- De koning zegt in vers 9: "Wie weet zal God Zich omkeren, berouw hebben en Zijn brandende toorn laten varen, zodat wij niet omkomen!" Hij heeft geen enkele belofte gekregen. Wat leert dit "wie weet" ons over hoop op Gods genade?
- Vers 10 zegt dat God "berouw kreeg" over het kwade dat Hij aangekondigd had. Verandert God dan van gedachten? Hoe verstaat u dit in het licht van Jeremia 18:7-8, waar God Zelf deze regel uitlegt?
Toepassing— Wat betekent het voor u?
- God gaf Jona een tweede kans en gebruikte hem alsnog. Is er iets in uw leven waarvan u denkt dat u het bij God verspeeld hebt? Wat zegt dit hoofdstuk tegen die gedachte?
- Ninevé bekeerde zich op één korte preek; Jezus zegt dat hier "meer dan Jona" is (Mattheüs 12:41). Hoe reageert u zelf op Gods Woord wanneer het uw geweten raakt — met uitstel, of met concrete verandering? Noem één ding dat u deze week anders wilt doen.
Gebed bij deze sessie
Genadige God, dank U dat Uw woord voor de tweede keer tot Jona kwam — en dat U ook mij telkens weer opzoekt na mijn ongehoorzaamheid. Dank U dat zelfs het grote, goddeloze Ninevé bij U terechtkon toen het zich bekeerde. Geef mij een hart dat zich niet alleen verootmoedigt in woorden, maar dat ook breekt met het kwaad dat aan mijn handen kleeft. En leer mij hopen zoals die koning: wie weet — want U bent genadig. Amen.
Verder studeren: Lees Jeremia 18:1-10 over de pottenbakker en Gods vrijheid om Zich af te wenden van aangekondigd onheil wanneer een volk zich bekeert. Lees daarna Lukas 11:29-32: wat bedoelt Jezus als Hij zegt dat de mannen van Ninevé in het oordeel zullen opstaan?
Sessie 4 — Gods vraag aan de boze profeet
Lees Jona 4:1-11±40 minuten
Zou Ík dan die grote stad Ninevé niet ontzien? — Jona 4:11 (HSV)
Het boek eindigt verrassend: niet met een feest over de redding van Ninevé, maar met een boze profeet. Jona is "zeer kwaad" dat God de stad spaart, en nu blijkt waarom hij destijds vluchtte: hij wíst dat God genadig is (vers 2), en juist dat kon hij niet verdragen als het zijn vijanden gold. God wijst Zijn profeet terecht — niet met donder, maar met een wonderboom, een worm en een indringende vraag. Het boek eindigt met die open vraag, en daarmee ligt zij ook op tafel bij iedere lezer: gunt u Gods ontferming aan wie u liever ziet ondergaan?
Zo leest u dit gedeelte
Lees het hoofdstuk langzaam en let op de gevoelens van Jona: kwaad over Gods genade (vers 1), blij met de wonderboom (vers 6), opnieuw kwaad als die verdort (vers 9). Merk op dat God twee keer dezelfde vraag stelt: "Bent u terecht in woede ontstoken?" (vers 4 en 9). Let ten slotte op het slot: het boek eindigt met een vraag van God, zonder antwoord van Jona. Neem deze vraag mee: waarom zou de schrijver het boek zó open laten eindigen?
Vragen bij deze sessie
Observatie— Wat staat er?
- Waarom is Jona kwaad volgens vers 1-3? Welke eigenschappen van God noemt hij in vers 2 als reden van zijn vlucht, en uit welke oudere bijbeltekst komen die woorden (vergelijk Exodus 34:6)?
- Wat "beschikt" God allemaal in dit hoofdstuk (vers 6-8)? Vergelijk dit met de vis in Jona 1:17. Wat zegt dit telkens terugkerende woord over Wie de gebeurtenissen in dit boek stuurt?
Interpretatie— Wat betekent het?
- Jona is "zeer verblijd" over de wonderboom (vers 6), maar wil sterven als die verdort (vers 8-9). Wat onthult deze heftige wisseling over waar Jona's hart werkelijk aan hangt?
- God stelt de boom tegenover de stad (vers 10-11): Jona ontzag een plant waarvoor hij niets gedaan had — zou God dan die grote stad niet ontzien, met meer dan honderdtwintigduizend mensen? Hoe overtuigend vindt u dit argument, en wat zegt het over Gods hart?
- Het boek eindigt met een onbeantwoorde vraag van God. Waarom is dit open einde misschien wel krachtiger dan een afgerond slot? Aan wie wordt de vraag uiteindelijk gesteld?
Toepassing— Wat betekent het voor u?
- Jona kende Gods genade uit zijn hoofd (vers 2), maar gunde haar zijn vijanden niet. Zijn er mensen of groepen aan wie u Gods ontferming eigenlijk niet gunt? Wat doet dit hoofdstuk met die houding?
- God ging het gesprek met de boze Jona geduldig aan in plaats van hem af te schrijven. Wat leert dat u over hoe u met uw eigen boosheid en teleurstelling naar God toe mag gaan?
- Terugkijkend op het hele boek: welke kant van Gods karakter heeft u in deze studie het meest geraakt? Wat is één concrete stap waarin u Gods ontferming deze week wilt doorgeven aan iemand anders?
Gebed bij deze sessie
Barmhartige Vader, U bent een genadig God, geduldig en rijk aan goedertierenheid — en hoe vaak lijk ik op Jona, die Uw genade wel voor zichzelf wilde maar niet voor anderen. Vergeef mij waar mijn hart meer hangt aan mijn eigen comfort dan aan mensen voor wie Uw Zoon gestorven is. Dank U dat U Uw vraag ook aan mij stelt en geduldig op mijn antwoord wacht. Geef mij Uw ogen van ontferming voor de mensen om mij heen, dichtbij en ver weg. Amen.
Verder studeren: Lees Exodus 34:5-7, de belijdenis die Jona in vers 2 aanhaalt, en Lukas 15:25-32 over de oudste zoon die boos blijft buiten staan terwijl de vader feestviert. Welke overeenkomsten ziet u tussen de oudste zoon en Jona — en hoe eindigen beide verhalen met een open vraag?
Tips voor het groepsgesprek
- Begin elke sessie met een korte terugblik: vraag deelnemers wat hen is bijgebleven uit de vorige sessie of uit hun persoonlijke bijbellezen.
- Stel open vragen en geef iedereen de ruimte om te antwoorden. Er zijn geen "foute" antwoorden bij toepassingsvragen — het gaat om eerlijke reflectie.
- Laat de Bijbeltekst centraal staan. Het boek Jona roept al snel discussie op over de vis; breng het gesprek dan terug naar de hoofdpersoon van het boek — niet de vis, maar God — door te vragen: "Wat zegt de tekst hier over God?"
- Sluit elke sessie af met een concreet voornemen. Vraag elke deelnemer: "Wat is een ding dat je deze week wilt toepassen uit wat we gelezen hebben?"
Veelgestelde vragen
Wie schreef het boek Jona en wanneer speelt het zich af?
Het boek vertelt over de profeet Jona, de zoon van Amitthai, die volgens 2 Koningen 14:25 leefde ten tijde van koning Jerobeam II van Israël (rond 780 voor Christus). Ninevé was toen de belangrijkste stad van het Assyrische rijk, de gevreesde vijand van Israël. Het boek noemt zelf geen auteur; de joodse en christelijke traditie heeft het altijd met de profeet Jona zelf verbonden.
Wat is het hoofdthema van het boek Jona?
Het hoofdthema is Gods ontferming, die groter is dan menselijke grenzen. God ontfermt Zich over een ongehoorzame profeet, over heidense zeelieden en over de goddeloze stad Ninevé. De kernzin staat in Jona 2:9: "Het heil is van de HEERE!" Het boek eindigt met Gods open vraag aan Jona — en aan iedere lezer: "Zou Ík dan die grote stad Ninevé niet ontzien?" (Jona 4:11).
Is deze bijbelstudie geschikt voor beginners?
Ja, deze studie is speciaal ontworpen voor beginners. Jona is kort, vertellend en spannend, en daarmee een van de toegankelijkste boeken van het Oude Testament. De vragen beginnen met observatie (wat staat er?), gaan door naar interpretatie (wat betekent het?) en eindigen met toepassing (wat doe ik ermee?). U hebt geen theologische voorkennis nodig — alleen een Bijbel en een open hart.
Kan ik deze studie alleen doen of is een groep nodig?
Beide is mogelijk. De studie is geschikt voor persoonlijke stille tijd en voor groepsgesprek. Bij persoonlijke studie schrijft u uw antwoorden op in een notitieboekje. In een groep kunt u de vragen bespreken en van elkaars inzichten leren. De discussietips in deze gids helpen u bij het leiden van een groepsgesprek.
Wat bedoelt Jezus met "het teken van Jona"?
In Mattheüs 12:39-41 zegt Jezus dat zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de grote vis was, zo de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde zal zijn. Jona's verblijf in de vis wijst dus vooruit naar Jezus' dood en opstanding. Jezus voegt eraan toe dat de mannen van Ninevé zich bekeerden op de prediking van Jona, "en zie, meer dan Jona is hier" — een oproep om Hem te geloven.
Hoeveel tijd heb ik per sessie nodig?
Reken op 30 tot 45 minuten per sessie. Dit omvat het lezen van de bijbelpassage, het beantwoorden van de vragen en tijd voor gebed. In een groepssetting kan het iets langer duren door de bespreking. Neem de tijd die u nodig hebt — haast is de vijand van diepgang.