De tekst van Spreuken 11:10
Spreuken 11:10 luidt: "Als het de rechtvaardigen goed gaat, verheugt zich de stad, en als de goddelozen omkomen, is er gejuich." Dit krachtige vers toont het contrast tussen de invloed van rechtvaardigen en goddelozen op hun gemeenschap.
Analyse van de Hebreeuwse woorden
Het Hebreeuwse woord voor 'rechtvaardigen' is tsaddiqim, dat wijst op mensen die leven volgens Gods normen en rechtvaardigheid nastreven. Het woord voor 'goddelozen' is resha'im, letterlijk 'schuldigen' of 'wettelozen' - mensen die bewust Gods wegen verwerpen.
Het woord 'stad' (qiryah) vertegenwoordigt hier de bredere gemeenschap. In het oude Israël was de stad het centrum van maatschappelijk, economisch en religieus leven.
De parallelstructuur
Dit vers is opgebouwd als een antithetisch parallel, een veelgebruikte stijlfiguur in de Spreuken. De eerste regel toont de positieve invloed van rechtvaardigen, de tweede regel de gevolgen voor goddelozen. Beide helften versterken elkaar door contrast.
Context binnen Spreuken 11
Hoofdstuk 11 behandelt thema's als integriteit, nederigheid en de zegen die voortkomt uit rechtvaardig leven. Vers 10 past in deze bredere context door te laten zien hoe individueel gedrag collectieve gevolgen heeft.