De Tekst van Zefanja 2:1
'Verzamelt u, ja verzamelt u, gij volk dat geen schaamte kent!' (Statenvertaling)
Zefanja 2:1 opent het tweede hoofdstuk van deze korte maar krachtige profetie met een dringende oproep. Na de donkere beschrijving van Gods oordeel in hoofdstuk 1, biedt de profeet hier nog een laatste kans voor bekering.
Hebreeuwse Woordstudie
Het Hebreeuwse werkwoord 'qōšōšū' (קֹשֹׁשׁוּ) betekent letterlijk 'verzamelen' of 'bijeenkomen'. De herhaling van dit woord benadrukt de urgentie van de oproep. Het is alsof Zefanja roept: 'Kom samen, kom toch samen!'
Het woord 'gōy' (גּוֹי) wordt hier gebruikt voor het volk Juda, wat opmerkelijk is omdat dit woord meestal voor heidense volken wordt gebruikt. Dit suggereert dat Juda zo diep is gezonken dat zij nauwelijks nog van de heidenen te onderscheiden zijn.
De uitdrukking 'lō' nikspāh' (לֹא נִכְסָפָה) betekent 'zonder schaamte' of 'beschaamdloos'. Het beschrijft een volk dat zijn zondige toestand niet meer erkent.
Context in het Boek Zefanja
Deze vers vormt een scharnier tussen het oordeel (hoofdstuk 1) en de belofte van hoop (later in hoofdstuk 2 en 3). Zefanja heeft zojuist de 'dag des HEREN' beschreven als een dag van toorn, benauwdheid en verwoesting. Nu roept hij het volk op om zich te verenigen in berouw en bekering.