Inleiding tot Romeinen 15
Romeinen 15 vormt het hoogtepunt van Paulus' brief aan de Romeinse gemeente. In dit hoofdstuk brengt de apostel verschillende cruciale thema's samen: de eenheid tussen sterke en zwakke gelovigen, de universaliteit van het evangelie, en zijn eigen roeping als apostel van de heidenen.
Christus als Voorbeeld van Zelfopoffering (15:1-6)
Paulus begint met een krachtige oproep tot de 'sterken' in het geloof. In vers 1 schrijft hij: 'Wij nu, die sterk zijn, behoren de zwakheden der zwakken te dragen en niet onszelf te behagen.' Dit is geen optioneel advies, maar een fundamenteel principe van het christelijk leven.
Het grote voorbeeld hiervoor is Christus zelf. In vers 3 citeert Paulus Psalm 69:10: 'Want ook Christus heeft zichzelf niet behaagd, maar gelijk er geschreven staat: De smaadwoorden dergenen, die U smaden, zijn op Mij gevallen.' Jezus leefde niet voor zichzelf, maar voor Gods eer en voor anderen.
De praktische toepassing is helder: gelovigen moeten elkaar opbouwen en niet zichzelf. Paulus bidt dat God van geduld en vertroosting hun eensgezindheid zal geven, 'opdat gij met één mond God en den Vader van onzen Heere Jezus Christus moogt verheerlijken' (vers 6).