Psalm 94 in het kort: deze psalm begint niet met lof maar met een aanklacht: 'O God der wraken! o HEERE, God der wraken! verschijn blinkende' (vers 1). De dichter vraagt hoe lang goddelozen nog van hun onrecht mogen genieten, en houdt hun voor dat de God Die oor en oog gemaakt heeft, hoort en ziet. Hieronder vindt u de uitleg per gedeelte en de tekst in de Statenvertaling en HSV.
Psalm 94 lezen in de Statenvertaling en HSV
Psalm 94 heeft geen opschrift, en daarom loopt de versnummering in de Statenvertaling gelijk met die van de Herziene Statenvertaling en nieuwere vertalingen: vers 1 is hier ook het eerste vers van het gebed. Bij veel andere psalmen is dat anders, omdat de Statenvertaling het opschrift meetelt. Bekende verzen zijn vers 8, 'Aanmerkt, gij onvernuftigen onder het volk! en gij dwazen! wanneer zult gij verstandig worden?', en vers 19: 'Als mijn gedachten binnen in mij vermenigvuldigd werden, hebben Uw vertroostingen mijn ziel verkwikt.' Het woord 'wraken' in vers 1 betekent hier geen wraakzucht maar rechtmatige vergelding door een rechter. De volledige tekst leest u op Psalm 94 in de Statenvertaling; over de herziening leest u meer op de pagina over de Herziene Statenvertaling.