De tekst van Psalm 85:5
'Wilt Gij voor eeuwig op ons toornen? Wilt Gij uw toorn van geslacht tot geslacht doen voortduren?' (NBG-51). Dit vers vormt het hart van een dringende smeekbede waarin het volk van Israël worstelt met Gods voortdurende toorn.
Hebreeuwse woordstudie
Het Hebreeuwse woord voor 'toornen' is אָנַף ('anaph'), wat duidt op een intense, rechtvaardige woede. Het woord לְעוֹלָם (le'olam) betekent 'voor eeuwig' of 'voor altijd', wat de angst van de psalmist benadrukt dat Gods toorn nooit zou ophouden.
De uitdrukking 'van geslacht tot geslacht' (דּוֹר וָדוֹר, dor va-dor) benadrukt de continuïteit en erfelijke gevolgen van Gods oordeel. Het werkwoord מָשַׁךְ (mashakh) betekent 'uitstrekken' of 'voortzetten', alsof Gods toorn als een lange schaduw over generaties zou vallen.
Context binnen Psalm 85
Psalm 85 is een gemeenschapsgebed dat drie delen heeft: dankzegging (vs 1-3), klacht (vs 4-7), en Gods antwoord (vs 8-13). Vers 5 bevindt zich in het midden van de klacht, waar de spanning tussen verleden genade en huidige discipline wordt besproken.
De psalm begint met erkenning van Gods herstel van het land, maar in vers 4-7 vraagt het volk waarom Gods toorn blijft voortduren. Deze retorische vragen in vers 5 drukken wanhoop en urgentie uit.