De tekst van Psalmen 8:6
Psalmen 8:6 luidt in de NBV: 'U hebt hem bijna tot god gemaakt, met heerlijkheid en luister hem gekroond.' Dit vers vormt het hart van een prachtige lofzang waarin David de grootheid van God bezingt en tegelijkertijd de bijzondere positie van de mens in de schepping benadrukt.
Betekenis van de Hebreeuwse woorden
Het Hebreeuwse woord 'elohim' (אלהים) in dit vers is bijzonder interessant. Het kan verschillende betekenissen hebben: 'God', 'goden', 'engelen' of 'goddelijke wezens'. Verschillende Bijbelvertalingen geven daarom verschillende interpretaties:
- 'bijna tot god gemaakt' (NBV)
- 'weinig minder gemaakt dan de engelen' (HSV)
- 'iets minder dan goddelijke wezens' (Nieuwe Bijbelvertaling)
Het werkwoord 'chaser' betekent letterlijk 'ontbreken' of 'minder zijn dan'. De mens is dus slechts een 'klein beetje' minder dan deze hemelse wezens.
Context binnen Psalm 8
Deze uitspraak staat in schril contrast met de voorgaande verzen, waar David de immense grootheid van het heelal beschrijft. Vanuit het perspectief van de sterrenhemel vraagt hij zich af: 'Wat is de mens, dat Gij aan hem denkt?' (vers 5). Het antwoord is verrassend: ondanks zijn nietigheid in het universum heeft God de mens een unieke, bijna goddelijke positie gegeven.