Inleiding tot Psalm 75
Psalm 75 is een krachtige psalm die Gods soevereiniteit en rechtvaardige oordeel centraal stelt. Deze psalm van Asaf combineert dankzegging, profetische waarschuwing en lofprijzing in een meesterlijke compositie over Gods rol als de ultieme rechter over de aarde.
In de Statenvertaling is het opschrift ("Voor den opperzangmeester, Altascheth; een psalm, een lied, voor Asaf.") vers 1. Daardoor ligt elk versnummer op deze pagina één hoger dan in Engelse bijbels, die het opschrift niet meetellen.
Dankzegging aan God (vers 2)
"Wij loven U, o God; wij loven, dat Uw Naam nabij is; men vertelt Uw wonderen." De psalm opent met een dubbele dankzegging, wat de intensiteit van de lofprijzing benadrukt. Het feit dat Gods naam "nabij" is, spreekt van Zijn directe betrokkenheid bij Zijn volk. De wonderen zijn tastbaar bewijs van Gods aanwezigheid en macht.
Gods Stem over Het Oordeel (verzen 3-4)
In deze verzen horen veel uitleggers God zelf spreken. Hij verklaart dat Hij het juiste moment zal kiezen om recht te spreken. De Statenvertaling geeft vers 3 weer als: "Als ik het bestemde ambt zal ontvangen hebben, zo zal ik gans recht richten." Het Hebreeuwse woord dat hier met "bestemde" is vertaald, betekent ook een vastgestelde tijd. Dit onderstreept dat Gods timing perfect is, ook al lijkt het voor mensen soms alsof onrecht te lang duurt.
De beeldspraak van het land dat met al zijn inwoners "versmolten" was (vers 4) toont de chaos die ontstaat wanneer rechtvaardigheid ontbreekt. God is degene die de "pilaren" van de aarde vasthoudt - Hij zorgt voor stabiliteit en orde.