De tekst van Psalmen 69:27
Psalmen 69:27 luidt in de Nederlandse Bijbelvertaling: "Laat schuld op schuld zich bij hen opstapelen, laat hen geen deel hebben aan uw gerechtigheid." In de Statenvertaling staat: "Doe misdaad tot hun misdaad, en laat hen niet komen tot Uw gerechtigheid."
Betekenis van de woorden
Het Hebreeuwse woord voor "schuld" is avon, wat zowel schuld als de gevolgen daarvan kan betekenen. De uitdrukking "schuld op schuld" duidt op een ophoping van zonden en hun consequenties. Het woord "gerechtigheid" (tsedaqah) verwijst naar Gods rechtvaardige handelen en verlossing.
Context binnen Psalm 69
Dit vers staat in het gedeelte van de psalm waar David bidt om Gods oordeel over zijn vijanden (verzen 22-28). Deze verzen worden "imprecatoire" (vervloekende) uitspraken genoemd. David is omringd door vijanden die hem zonder reden haten en vervolgen.
Theologische betekenis
Deze psalm wordt in het Nieuwe Testament vaak geciteerd als messiaanse profetie. Vers 27 toont de spanning tussen Gods gerechtigheid en genade. David vraagt God om rechtvaardig oordeel over degenen die volharden in hun kwaad en zich niet bekeren.
De uitspraak reflecteert het principe dat zonde zich opstapelt en uiteindelijk tot oordeel leidt. Het "geen deel hebben aan gerechtigheid" betekent uitgesloten worden van Gods verlossende handelen.