De Tekst van Psalmen 48:7
Psalmen 48:7 luidt in de Nieuwe Bijbelvertaling: 'Daar overviel hen siddering, angst als van een barende vrouw.' Dit krachtige vers maakt deel uit van een lofzang op Sion en beschrijft de reactie van vijanden wanneer zij geconfronteerd worden met Gods almacht.
Hebreeuwse Woordstudie
Het Hebreeuwse werkwoord אָחֲזַתְמוּ (achazatmu) betekent letterlijk 'greep hen' of 'overviel hen', wat de plotselinge en onverwachte aard van deze angst benadrukt. Het woord רָעְדָה (ra'adah) duidt op intense siddering of beving, een fysieke reactie op overweldigende vrees.
De vergelijking met יוֹלֵדָה (yoledah), een barende vrouw, is bijzonder krachtig. Barensweeën zijn immers onvermijdelijk, intens en niet te stoppen - precies zoals de angst die Gods vijanden overkomt wanneer zij Zijn majesteit aanschouwen.
Context in Psalm 48
Dit vers staat in het hart van een psalm die Jeruzalem bezingt als 'stad van onze God' (vers 1). De koningen die samenkwamen om de stad aan te vallen, werden plotseling bevangen door paniek bij het zien van Gods bescherming. Hun moed verdween als sneeuw voor de zon.