Psalm 25 in het kort: Psalm 25 (ook geschreven als Psalmen 25) is een gebed van David van 22 verzen. Elk vers begint in het Hebreeuws met een volgende letter van het alfabet; daarom heet deze psalm een acrostichon of alfabetische psalm. David vraagt om onderwijs en leiding (vers 4 en 5), om vergeving van de zonden van zijn jeugd (vers 7 en 11) en om uitkomst uit zijn nood (vers 16 tot 22).
De tekst van Psalm 25 in de Statenvertaling
Vers 1 Een psalm van David. Aleph. Tot U, o HEERE! hef ik mijn ziel op.
Vers 2 Beth. Mijn God! op U vertrouw ik; laat mij niet beschaamd worden; laat mijn vijanden niet van vreugde opspringen over mij.
Vers 3 Gimel. Ja, allen, die U verwachten, zullen niet beschaamd worden; zij zullen beschaamd worden, die trouwelooslijk handelen zonder oorzaak.
Vers 4 Daleth. HEERE! maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden.
Vers 5 He. Vau. Leid mij in Uw waarheid, en leer mij, want Gij zijt de God mijns heils; U verwacht ik den ganse dag.
De Hebreeuwse letternamen horen bij de tekst en laten het acrostichon zien. Verderop in de psalm staan vers 7, vers 10 en vers 14 bekend; die worden hieronder apart besproken. De volledige tekst van alle 22 verzen leest u in de Statenvertaling op Psalmen 25.
Inleiding tot Psalm 25
Psalm 25 is een prachtige alfabetische psalm van koning David, waarin hij zijn hart uitstort voor God in een tijd van nood. Deze psalm toont ons hoe we kunnen bidden om Gods leiding, vergeving en bescherming. De psalm begint en eindigt met vertrouwen op God, ondanks de moeilijkheden die David ervaart.