Psalm 150 is de laatste psalm en de slotdoxologie van het hele Psalmenboek. Vers 1 begint met "Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!" en vers 6 sluit af met "Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah!" Daartussen staat waarom God geloofd wordt (vers 2) en waarmee (vers 3 tot 5). De psalm noemt geen nood, geen vijand en geen gebed; hij bestaat van begin tot eind uit lof.
Psalm 150 in de HSV en andere vertalingen
Psalm 150 telt in elke Nederlandse vertaling zes verzen, dus een versverwijzing klopt overal. Wat verschilt zijn de woorden voor de instrumenten. De Statenvertaling noemt achtereenvolgens "geklank der bazuin", "de luit en met de harp", "de trommel en fluit", "snarenspel en orgel" en "hel klinkende cimbalen" (vers 3 tot 5). De Herziene Statenvertaling (HSV) is een herziening van diezelfde tekst en geeft de grondtekst in hedendaags Nederlands weer, met instrumentnamen die een lezer van nu herkent. Dat verschil zegt meer over het Nederlands dan over de Hebreeuwse tekst: het woord dat hier met orgel is vertaald, duidt een blaasinstrument aan waarvan de precieze vorm niet meer bekend is. Wilt u de zes verzen zelf lezen, dan staan ze gratis in de Statenvertaling op Psalm 150 in de Bijbel.
Psalm 150: Een Explosie van Lofprijzing
Psalm 150 vormt de grandioze finale van het hele Psalmenboek. Als een muzikaal vuurwerk sluit deze psalm de collectie van 150 psalmen af met een ongeëvenaarde oproep tot lofprijzing. In slechts zes verzen wordt het woord 'halleluja' of 'prijst' maar liefst dertien keer herhaald, waardoor een crescendo ontstaat dat zijn weerga niet kent.