Inleiding tot Psalm 15
Psalm 15 is een van de kortste maar meest krachtige psalmen in de Bijbel. Deze psalm staat bekend als een 'toelatingspsalm' of 'ingangslied' omdat het beschrijft welke eigenschappen nodig zijn om toegang te krijgen tot Gods heiligdom. De psalm begint met een fundamentele vraag die elke gelovige bezighoudt: wie mag in Gods nabijheid komen?
De Centrale Vraag (vers 1)
'HEERE, wie zal verkeren in Uw tent? Wie zal wonen op den berg Uwer heiligheid?' Deze opening stelt de toon voor de hele psalm. De 'tent' verwijst naar de tabernakel, Gods woonplaats te midden van zijn volk. De berg van Gods heiligheid duidt op de berg Sion, waar later de tempel zou staan. Deze vraag gaat dus over wie waardig is om bij God te zijn.
De Morele Eigenschappen (vers 2-5)
De psalm geeft een lijst van tien eigenschappen die karakteriseren wie toegang heeft tot Gods heiligdom: