Psalm 140 in de Statenvertaling begint zo: 'Een psalm van David, voor den opperzangmeester' (vers 1), waarna het gebed volgt: 'Red mij, HEERE! van den kwaden mens; behoed mij voor den man alles gewelds' (vers 2). David bidt om bescherming tegen mensen die geweld gebruiken en met hun tong schade aanrichten, en legt de vergelding bij God neer. Hieronder vindt u de uitleg per gedeelte en de tekst in de Statenvertaling en HSV.
Psalm 140 in de Statenvertaling: let op de versnummering
De Statenvertaling telt in Psalm 140 veertien verzen, de Herziene Statenvertaling en de meeste nieuwere vertalingen dertien. Dat komt doordat de Statenvertaling het opschrift meetelt als vers 1: 'Een psalm van David, voor den opperzangmeester.' Elk vers uit de HSV heeft in de Statenvertaling dus een nummer hoger. Zoekt u 'Psalm 140:1' als het smeekgebed, dan staat dat in de Statenvertaling in vers 2; het slotvers 'Gewisselijk, de rechtvaardigen zullen Uw Naam loven; de oprechten zullen voor Uw aangezicht blijven' is in de Statenvertaling vers 14 en elders vers 13. Deze pagina volgt de Nederlandse psalmtelling van de Statenvertaling. De volledige tekst leest u op Psalm 140 in de Statenvertaling; over de herziening leest u meer op de pagina over de Herziene Statenvertaling.