Psalm 118 is de grote dankpsalm die opent met 'Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid' (vers 1) en met diezelfde lofroep besluit (vers 29). De onberijmde psalm telt in de Statenvertaling 29 verzen. Het hart ervan is vers 22: 'De steen, dien de bouwlieden verworpen hadden, is tot een hoofd des hoeks geworden.'
Psalm 118 berijmd: waarom de versnummers verschillen
Zoekt u 'Psalm 118 vers 7' of 'Psalm 118 vers 12'? In de kerk wordt daarmee bijna altijd een couplet uit een berijming bedoeld, niet een vers uit de onberijmde bijbeltekst. De berijming van 1773 en de nieuwere psalmberijmingen verdelen dezelfde 29 verzen over een ander aantal coupletten, zodat de nummers niet op elkaar aansluiten. Wilt u weten welke bijbeltekst achter een gezongen couplet zit, lees de onberijmde psalm er dan naast.
De bekende regel 'De HEER wou mij wel hard kastijden' uit de oude berijming verwoordt vers 18: 'De HEERE heeft mij wel hard gekastijd; maar Hij heeft mij ter dood niet overgegeven.' Op dezelfde manier is het veelgezongen couplet over de verworpen steen een bewerking van vers 22 tot 24.
Inleiding tot Psalm 118
Psalm 118 is een van de meest geliefde en bekende psalmen in de Bijbel. Het is een krachtige dankpsalm die Gods eeuwige goedheid en trouw bezingt. Deze psalm wordt vaak beschouwd als de hoogtepunt van de Hallel-psalmen (Psalm 113-118) en speelt een belangrijke rol in zowel de Joodse als christelijke liturgie.