De tekst van Psalmen 102:6
'Ik lijk op een pelikaan in de woestijn, ik ben geworden als een kerkuil tussen de ruïnes.' (Statenvertaling)
Dit vers maakt deel uit van een van de meest emotionele klaagliederen in het boek Psalmen. De psalmist gebruikt hier krachtige beeldspraak om zijn diepe eenzaamheid en vervreemding uit te drukken.
Betekenis van de beeldspraak
De pelikaan in de woestijn
Het Hebreeuwse woord 'qa'at' wordt vaak vertaald als pelikaan, hoewel sommige geleerden denken aan een waterreiger of roerdomp. Deze vogels leven normaal gesproken in waterrijke gebieden, maar hier wordt de vogel geplaatst in de woestijn - een plaats van doodte en verlatenheid. Dit beeld onderstreept de onnatuurlijke staat van isolatie waarin de psalmist zich bevindt.
De kerkuil tussen ruïnes
Het tweede beeld gebruikt het Hebreeuwse woord 'kos' voor een nachtuil of kerkuil. Deze vogels worden in de Bijbel vaak geassocieerd met vervloeking, verwoesting en eenzaamheid (Jesaja 34:11, Zefanja 2:14). Door zichzelf te vergelijken met een uil tussen ruïnes, benadrukt de psalmist dat hij zich bevindt temidden van verwoesting en verlatenheid.