De tekst van Prediker 6:4
Prediker 6:4 luidt: 'Want het komt in ijdelheid en gaat heen in duisternis, en zijn naam wordt door duisternis bedekt.' Dit vers vervolgt de vergelijking uit vers 3, waarin de prediker stelt dat een miskraam beter af is dan iemand die veel bezit maar er niet van kan genieten.
Betekenis van kernwoorden
Het Hebreeuwse woord hevel (הבל), vertaald als 'ijdelheid', is een sleutelwoord in het boek Prediker. Het betekent letterlijk 'adem' of 'damp' en duidt op iets dat vluchtig, zinloos of zonder blijvende waarde is. Het woord choshek (חשך) voor 'duisternis' verwijst niet alleen naar fysieke duisternis, maar ook naar onbekendheid, vergetelheid en betekenisloosheid.
Context binnen hoofdstuk 6
Prediker 6 behandelt de frustratie van rijkdom zonder de mogelijkheid om ervan te genieten. Vers 4 is onderdeel van een schokkende vergelijking: zelfs een doodgeboren kind, dat nooit het licht heeft gezien, is beter af dan iemand die lang leeft maar zijn leven als zinloos ervaart. Het doodgeboren kind komt 'in ijdelheid' - zonder betekenis of doel - en verdwijnt in 'duisternis' - vergeten en naamloos.