De tekst van Mattheus 23:7
"En de groeten op de pleinen en door de mensen rabbi genoemd te worden." Dit vers vormt onderdeel van Jezus' scherpe kritiek op de Farizeeën en Schriftgeleerden in Mattheus 23.
Betekenis van belangrijke woorden
Rabbi (Grieks: ῥαββί, rabbei) betekent letterlijk "mijn grote" of "mijn meester". Het was een eervolle titel voor religieuze leraren en wetgeleerden. In de tijd van Jezus was dit de hoogste titel die een joodse leraar kon ontvangen.
Groeten op de pleinen verwijst naar de openbare erkenning en eer die deze religieuze leiders zochten. De marktpleinen waren het centrum van het sociale leven, waar iedereen hun status kon zien.
Context binnen Mattheus 23
Dit vers staat in het hart van Jezus' "zeven weeën" tegen de religieuze leiders. Vers 7 volgt op Jezus' beschrijving van hun ijdele gedrag: het dragen van brede gebedsriemen en lange kwasten aan hun kleding (vers 5) en het zoeken naar ereplaatsen bij maaltijden en in de synagogen (vers 6).
Theologische betekenis
Jezus veroordeelt niet het ambt van leraar of leider, maar de verkeerde motivatie erachter. Het probleem ligt in de eerzucht en het verlangen naar menselijke erkenning in plaats van het dienen van God en Zijn volk.