De tekst van Markus 12:11
Markus 12:11 luidt: 'Dit heeft de Heer gedaan, het is wonderlijk in onze ogen.' Dit vers vormt het slot van Jezus' citaat uit Psalm 118:22-23, waarin Hij de religieuze leiders confronteert met een profetische waarheid over Zijn eigen identiteit en missie.
Context van de gelijkenis
Dit vers staat in direct verband met de gelijkenis van de boze pachters (Markus 12:1-9). Jezus gebruikt deze gelijkenis om de Joodse leiders te waarschuwen voor hun verwerping van Gods gezanten, met name de profeten en uiteindelijk Hemzelf. Het citaat uit Psalm 118 dient als uitleg van de gelijkenis: ondanks menselijke verwerping zal Gods plan zegevieren.
Betekenis van 'wonderlijk'
Het Griekse woord θαυμαστή (thaumastē) betekent 'verbazingwekkend' of 'wonderbaarlijk'. Het wijst op iets dat buiten menselijk begrip of verwachting valt. Gods handelen doorbreekt menselijke plannen en logica. Wat mensen als mislukking beschouwen, gebruikt God voor Zijn glorie.
Profetische vervulling
De 'verwierpen steen' die tot 'hoeksteen' wordt, verwijst profetisch naar Jezus Christus. Hoewel de religieuze leiders Hem zouden verwerpen en kruisigen, zou God Hem uit de dood opwekken en tot hoeksteen van een nieuwe geestelijke tempel maken. Deze omkering van menselijke verwachtingen is het 'wonderlijke' werk van God.