Inleiding tot Markus 12
Markus hoofdstuk 12 vormt een belangrijke schakel in het verhaal van Jezus' laatste dagen voor zijn kruisiging. In dit hoofdstuk zien we hoe Jezus verschillende religieuze groepen confronteert met zijn autoriteit en hen belangrijke lessen leert over het ware geloof. Het hoofdstuk speelt zich af in de tempel van Jeruzalem en laat zien hoe Jezus zijn tegenstanders beantwoordt terwijl hij tegelijkertijd fundamentele waarheden over het koninkrijk van God openbaart.
De gelijkenis van de wijngaard (12:1-12)
Jezus begint met een krachtige gelijkenis over pachters die een wijngaard huren maar weigeren de eigenaar zijn rechtmatige deel te geven. Deze gelijkenis is een directe toespeling op Israëls geschiedenis en de wijze waarop het volk Gods boodschappers, de profeten, heeft behandeld. De pachters vertegenwoordigen de religieuze leiders, terwijl de zoon die uiteindelijk wordt gedood een duidelijke verwijzing is naar Jezus zelf.
De steen die de bouwers verwierpen maar die tot hoeksteen werd (vers 10-11), toont Gods plan om juist door Jezus' verwerping en dood zijn grootste werk te voltooien. Deze gelijkenis kondigt zowel een oordeel aan over de huidige leiders als hoop voor de toekomst van Gods volk.