Het Hart Gericht op de Hemel (Kolossenzen 3:1-4)
Kolossenzen hoofdstuk 3 begint met een krachtige oproep van Paulus: "Omdat jullie dan met Christus opgewekt zijn, streef naar wat boven is, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand van God." Deze verzen vormen de theologische basis voor het hele hoofdstuk. Paulus benadrukt dat gelovigen een fundamentele verandering hebben ondergaan - zij zijn met Christus gestorven en opgewekt.
Het 'streven naar wat boven is' betekent niet dat christenen zich moeten afkeren van het aardse leven, maar dat hun prioriteiten en waardesysteem gevormd moeten worden door hemelse waarden. Het gaat om een transformatie van het denken en de levenshouding.
Het Oude Leven Afleggen (Kolossenzen 3:5-11)
Paulus gebruikt het beeld van kleding om te beschrijven hoe christenen moeten leven. Het 'oude leven' moet worden uitgetrokken zoals vuile kleren. Hij noemt specifieke zonden die moeten worden 'gedood': ontucht, onreinheid, hartstocht, slechte begeerte en hebzucht.
Bijzonder relevant is vers 5 waar hebzucht wordt genoemd als 'afgoderij'. Dit toont aan dat materiële zaken een afgoderij kunnen worden wanneer zij de plaats van God innemen in ons hart. Ook spreekt Paulus over zonden van de mond: boosheid, woede, kwaadaardigheid, laster en schaamteloze taal.