De tekst van Johannes 9:2
In Johannes 9:2 lezen we: 'Zijn leerlingen vroegen hem: Rabbi, wie heeft gezondigd: deze man of zijn ouders, dat hij blind geboren werd?' Deze vraag ontstond toen Jezus en zijn discipelen een man tegenkwamen die vanaf zijn geboorte blind was.
De vraag van de discipelen
De discipelen stelden een vraag die de gangbare denkwijze van hun tijd weerspiegelde. Zij gingen ervan uit dat er altijd een direct verband bestond tussen zonde en lijden. Het Griekse woord ἥμαρτεν (hêmarten) betekent 'heeft gezondigd' en toont hun overtuiging dat iemands blindheid het gevolg moest zijn van een specifieke zonde.
Hun vraag bevatte twee mogelijkheden: ofwel had de man zelf gezondigd (wat theologisch problematisch was omdat hij blind geboren was), ofwel hadden zijn ouders gezondigd en werd hij gestraft voor hun daden.
Theologische betekenis van de vraag
Deze vraag onthult een fundamentele misvatting over Gods karakter en de aard van lijden. De discipelen dachten in termen van een simpele oorzaak-gevolg relatie: zonde leidt altijd tot straf in de vorm van ziekte of lijden. Deze opvatting was niet ongewoon in het Jodendom van die tijd, hoewel het boek Job al eerder deze simplistische visie had betwist.