Johannes 9 telt 41 verzen en draait om een enkele genezing: Jezus ziet een man die blind geboren is, maakt slijk van speeksel en aarde, strijkt dat op zijn ogen en stuurt hem naar het badwater Siloam, waarna hij ziende terugkomt (vers 1 tot 7). De rest van het hoofdstuk is een verhoor, waarin buren, ouders en Farizeeën om beurten proberen het wonder weg te redeneren.
De discipelen openen met een vraag naar schuld: 'Rabbi, wie heeft er gezondigd, deze, of zijn ouders, dat hij blind zou geboren worden?' (vers 2). Jezus wijst dat spoor af: 'Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar dit is geschied, opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden' (vers 3). Het bekendste antwoord van het hoofdstuk komt van de genezen man zelf, wanneer hij in de theologische val wordt gelokt: 'een ding weet ik, dat ik blind was, en nu zie' (vers 25). De volledige tekst leest u in de Statenvertaling op Johannes 9.
De Statenvertaling spreekt van het badwater Siloam en geeft de betekenis van die naam erbij: 'hetwelk overgezet wordt: uitgezonden' (vers 7). Nieuwere vertalingen, waaronder de Herziene Statenvertaling, schrijven vijver of bad van Siloam. Wat die vertaling verder onderscheidt, staat op de pagina over de Herziene Statenvertaling.
Johannes 9 uitleg: van het Licht der wereld naar geestelijke blindheid
Het hoofdstuk staat niet op zichzelf. In vers 5 zegt Jezus: 'Zolang Ik in de wereld ben, zo ben Ik het Licht der wereld' - dezelfde uitspraak als in Johannes 8:12, maar hier onmiddellijk gevolgd door een daad die haar waarmaakt. Wie het licht ontvangt, gaat zien.