Inleiding tot Joel hoofdstuk 1
Joel hoofdstuk 1 opent met een dramatische beschrijving van een verwoestende sprinkhanenplaag die het land Juda treft. Deze natuurramp wordt door de profeet gebruikt als symbool voor Gods oordeel en als urgente oproep tot bekering en gebed.
De Sprinkhanenplaag (Joel 1:1-4)
Joel begint zijn profetie met een oproep aan de oudsten en alle inwoners van het land om te luisteren naar zijn boodschap. Hij beschrijft vier verschillende soorten sprinkhanen die achtereenvolgens het land verwoesten: "Wat de rups heeft overgelaten, heeft de sprinkhaan opgegeten; wat de sprinkhaan heeft overgelaten, heeft de knaagbek opgegeten; en wat de knaagbek heeft overgelaten, heeft de kaalvreter opgegeten" (vers 4).
Deze beschrijving toont de totale vernietiging van alle gewassen. Archeologische en historische bronnen bevestigen dat sprinkhanenplagen in het Midden-Oosten catastrofaal konden zijn en hele oogsten konden vernietigen.
Oproep tot Rouw aan Drinkebroers (Joel 1:5-7)
Joel richt zich eerst tot degenen die wijn drinken, omdat de wijnstokken zijn vernietigd. "Word wakker, gij dronkaards, en weent; en huilt, alle wijndrinkers, vanwege de zoete wijn, omdat die weggerukt is van uw mond" (vers 5).
De profeet gebruikt krachtige beeldspraak: het land wordt vergeleken met een volk dat als een leeuw met machtige tanden het land binnenvalt. De wijnstokken en vijgenbomen, symbolen van voorspoed en Gods zegen, zijn kaal gestript.