Elifaz de Temaniet neemt het woord
In Job hoofdstuk 4 begint de eerste ronde van gesprekken tussen Job en zijn drie vrienden. Elifaz de Temaniet, waarschijnlijk de oudste en meest ervaren van de drie, neemt als eerste het woord. Na zeven dagen van zwijgende rouw reageert hij op Jobs heftige klacht uit hoofdstuk 3.
De voorzichtige benadering van Elifaz (vers 1-6)
Elifaz begint diplomatiek: "Als iemand een woord tot u richt, zult gij het kwalijk nemen?" (vers 2). Hij erkent dat het moeilijk is om te spreken in deze situatie, maar voelt zich gedrongen om te reageren. Hij herinnert Job aan zijn vroegere rol als trooster van anderen: "Zie, gij hebt velen onderwezen en slappe handen gesterkt" (vers 3).
Deze inleiding toont Elifaz als een zorgzame vriend die respectvol probeert te helpen. Hij erkent Jobs vroegere wijsheid en zijn rol in het helpen van anderen. Echter, hij suggereert subtiel dat Job nu zelf niet kan toepassen wat hij anderen heeft geleerd.
De vergeldingsleer geïntroduceerd (vers 7-11)
Hier komt Elifaz tot de kern van zijn theologie: "Gedenk toch: wie is er onschuldig omgekomen, en waar zijn de oprechten uitgeroeid?" (vers 7). Dit vers bevat de fundamentele aanname van de vergeldingsleer - dat God de rechtvaardigen beloont en de goddelozen straft in dit leven.