De tekst van Job 34:26
Job 34:26 luidt in de Nederlandse Bijbelvertaling: 'Hij slaat hen neer als goddelozen ter plekke waar iedereen het kan zien.' Dit vers vormt onderdeel van Elihu's vierde en laatste toespraak in het boek Job, waarin hij God verdedigt tegen de beschuldigingen van onrechtvaardigheid.
Context binnen Job 34
Hoofdstuk 34 begint met Elihu's oproep aan de wijzen om naar zijn woorden te luisteren. Hij verdedigt Gods rechtvaardigheid tegen Jobs bewering dat God hem ten onrechte laat lijden. Elihu benadrukt dat God volmaakt rechtvaardig is en nooit onrecht doet. Vers 26 komt in een passage (verzen 24-30) waarin Elihu beschrijft hoe God machtige leiders ten val brengt wanneer zij goddeloos handelen.
Betekenis van kernwoorden
Het Hebreeuwse werkwoord סָפַק (saphaq) betekent 'slaan' of 'klappen'. Het woord רְשָׁעִים (resha'im) wordt vertaald als 'goddelozen' of 'bozen'. De uitdrukking 'ter plekke waar iedereen het kan zien' benadrukt de openbare aard van Gods oordeel. God verbergt zijn rechtvaardigheid niet, maar maakt deze zichtbaar voor allen.