De Tekst van Jesaja 63:19
Jesaja 63:19 luidt in de Statenvertaling: "Wij zijn geweest gelijk degenen, over welke Gij van ouds niet hebt geheerst, over welke Uw Naam niet is aangeroepen." In moderne vertalingen wordt dit vaak weergegeven als: "Wij zijn geworden als mensen over wie U nooit hebt geheerst, over wie uw naam niet is uitgeroepen."
Woordstudie en Betekenis
De Hebreeuwse tekst gebruikt het woord mashalta (משלת) voor "heersen" en nikra (נקרא) voor "aangeroepen worden". Het vers beschrijft een dramatische situatie waarin Gods volk zich zo ver van Hem heeft verwijderd dat ze lijken op volkeren die nooit onder Gods gezag hebben gestaan.
De uitdrukking "over wie uw naam niet is uitgeroepen" verwijst naar het feit dat Israël Gods naam droeg - zij waren het volk "dat naar Zijn naam genoemd is" (Deuteronomium 28:10). Door hun ongehoorzaamheid hebben zij deze identiteit schijnbaar verloren.
Context binnen Jesaja 63
Dit vers vormt het slot van een hartverscheurend gebed dat begint in vers 7. Jesaja blikt terug op Gods goedheid in het verleden, maar erkent de huidige ellendige toestand van het volk. Het is een eerlijke erkenning van geestelijke vervreemding - niet dat God Zijn volk heeft verlaten, maar dat zij zich hebben gedragen alsof zij nooit Zijn volk zijn geweest.