De Tekst van Jesaja 63:18
Jesaja 63:18 luidt: "Slechts kort hebben uw heilige volk het bezeten, onze vijanden hebben uw heiligdom vertrapt." Dit vers vormt onderdeel van een aangrijpende klacht waarin de profeet namens Israël tot God roept.
Context binnen Jesaja 63
Dit vers staat in het hart van een groot gebed dat loopt van Jesaja 63:7 tot 64:12. De profeet blikt terug op Gods trouw in het verleden (vers 7-14) en richt zich dan tot God met een dringende smeekbede (vers 15-19). Vers 18 vormt de climax van de klacht over Israëls huidige ellendige toestand.
Betekenis van de Hebreeuwse Woorden
Het Hebreeuwse "עם קדשך" (am qodsheka, "uw heilige volk") benadrukt dat Israël door God is afgezonderd en geheiligd. Het werkwoord "ירשו" (yareshu, "hebben bezeten") verwijst naar het erfelijk bezitten van het beloofde land. "מקדשך" (miqdasheka, "uw heiligdom") duidt op de tempel als Gods heilige woonplaats. Het woord "בוססו" (bosesu, "hebben vertrapt") drukt een grove schending uit - letterlijk "onder de voet lopen".
Historische Achtergrond
De klacht kan verschillende historische situaties weerspiegelen: de Babylonische ballingschap (587 v.Chr.) toen de tempel werd verwoest, of latere bezettingen. De pijn die spreekt uit dit vers toont hoe diep het volk de schending van het heilige ervoer.