Inleiding tot Jesaja 45
Jesaja hoofdstuk 45 vormt het hart van de profetische boodschap over Gods soevereiniteit en Zijn plan voor de bevrijding van Israël uit de Babylonische ballingschap. Dit hoofdstuk bevat enkele van de meest krachtige uitspraken over Gods absolute heerschappij over de geschiedenis en alle volken.
Cyrus: Gods Gezalfde Instrument (verzen 1-7)
Het hoofdstuk opent met een opmerkelijke uitspraak: God noemt Cyrus, de Perzische koning, Zijn 'gezalfde' (messias). Dit is bijzonder omdat Cyrus een heiden was, geen Israëliet. God gebruikt hem als instrument om Israël te bevrijden en Jeruzalem te herbouwen.
De Belofte aan Cyrus
God belooft Cyrus militaire overwinningen en schatten. Historisch gezien veroverde Cyrus inderdaad Babylon in 539 v.Chr. en gaf hij de Joden toestemming om terug te keren naar hun vaderland. Dit toont aan hoe God zelfs heidense koningen kan gebruiken om Zijn plannen uit te voeren.
Gods Absolute Soevereiniteit (verzen 8-13)
In deze sectie proclameert God Zijn absolute controle over de geschiedenis. Hij is degene die licht en duisternis schept, vrede en tegenspoed. Deze verzen benadrukken dat er geen gebeurtenis plaatsvindt buiten Gods wil en controle om.