De tekst van Jesaja 39:8
Jesaja 39:8 vormt de afsluiting van het verhaal over koning Hizkia's ondoordachte ontvangst van Babylonische gezanten. In dit vers reageert Hizkia op Jesaja's profetie over de komende ballingschap: 'Toen zei Hizkia tegen Jesaja: Het woord van de HEER dat u hebt gesproken, is goed. En hij vervolgde: Want in mijn tijd zal er vrede en veiligheid zijn.'
Context van het hoofdstuk
Dit vers moet begrepen worden binnen de context van Jesaja 39. Hizkia had zojuist alle schatten van zijn paleis en zijn land getoond aan gezanten uit Babylon. Toen profeet Jesaja hiervan hoorde, profeteerde hij dat deze rijkdommen naar Babylon zouden worden weggenomen en dat nakomelingen van Hizkia eunuchen zouden worden in het Babylonische paleis.
Hizkia's dubbele reactie
Hizkia's antwoord in vers 8 bevat twee elementen. Ten eerste erkent hij dat 'het woord van de HEER goed is' (Hebreeuws: tov). Dit toont zijn erkenning van Gods rechtvaardige oordeel. Hij verzet zich niet tegen de profetie en aanvaardt Gods soevereiniteit.
Ten tweede voegt hij daaraan toe: 'Want in mijn tijd zal er vrede en veiligheid zijn' (Hebreeuws: shalom en emet). Deze toevoeging onthult een meer problematische houding - Hizkia lijkt opgelucht dat hij persoonlijk de gevolgen niet hoeft te dragen.