De Profetie van Ballingschap
Jesaja 39:6 luidt: 'Zie, er komen dagen, dat alles, wat in uw huis is, en wat uw vaderen opgelegd hebben tot op dezen dag toe, naar Babel zal weggenomen worden; er zal niets overgelaten worden, zegt de HEERE.'
Deze profetie vormt het hoogtepunt van Jesaja's confrontatie met koning Hizkia na diens onverstandige demonstratie van rijkdom aan Babylonische gezanten.
Directe Context en Achtergrond
Het vers volgt onmiddellijk op Hizkia's trotse rondleiding waarbij hij al zijn schatten toonde aan de afgezanten van Merodach-Baladan van Babylon. Jesaja vraagt Hizkia wat deze mannen hebben gezien, en wanneer de koning toegeeft dat hij alles heeft laten zien, spreekt de profeet deze oordeel-profetie uit.
Het Hebreeuwse woord voor 'weggenomen' (nasa') betekent letterlijk 'opheffen' of 'wegdragen', wat de volledigheid van de plundering benadrukt. De uitdrukking 'er zal niets overgelaten worden' (lo' yiwwater davar) onderstreept de totale leegte die zal ontstaan.
Theologische Betekenis
Deze profetie openbaart verschillende belangrijke waarheden:
Gods Soevereiniteit: God gebruikt zelfs vijandige naties om Zijn doeleinden te vervullen. Babylon wordt hier Gods instrument van oordeel.
Gevolgen van Trots: Hizkia's ijdelheid en gebrek aan geestelijke wijsheid leiden tot catastrofale gevolgen voor toekomstige generaties.