De Tekst van Jesaja 26:5
Jesaja 26:5 luidt in de NBV: 'Hij heeft de trotse stad neergehaald, de hoge burcht heeft hij vernederd, heeft haar tot de grond toe neergeworpen, haar in het stof doen vallen.' Dit krachtige vers staat centraal in een lofzang die de uiteindelijke overwinning van God bezingt.
Woordbetekenis en Hebreeuws
Het Hebreeuwse woord voor 'trotse stad' is מרום (marom), wat letterlijk 'hoogte' of 'verheven plaats' betekent. Het werkwoord 'vernederd' komt van שפל (shapal), wat duidt op het laag maken of nederbuigen van iets dat hoog verheven was. De herhaling van dit concept in het vers benadrukt de volledigheid van Gods oordeel.
De uitdrukking 'tot het stof' (Hebreeuws: עפר - afar) is bijzonder krachtig, omdat stof in de Bijbel vaak symbool staat voor nietigheid en sterfelijkheid (Genesis 3:19).
Context binnen Jesaja 26
Dit vers is onderdeel van de 'kleine apocalypse van Jesaja' (hoofdstukken 24-27). Hoofdstuk 26 begint met 'Op die dag zal dit lied gezongen worden in het land Juda' (vers 1), wat wijst op een eschatologische tijd van Gods uiteindelijke overwinning. Het contrast tussen de 'sterke stad' van Gods volk (vers 1) en de 'trotse stad' die wordt vernederd (vers 5) is opzettelijk.