Inleiding tot Jesaja 15
Jesaja 15 vormt het begin van een tweedelige profetie tegen Moab, een buurland van Israël dat zich oostelijk van de Dode Zee bevond. Dit hoofdstuk is onderdeel van de zogenaamde 'orakels tegen de naties' (Jesaja 13-23), waarin God Zijn oordeel aankondigt over verschillende volken rondom Israël.
De Vernietiging van Moabitische Steden (verzen 1-4)
Het hoofdstuk opent dramatisch met de aankondiging: 'Een godsspraak over Moab.' De profeet beschrijft hoe verschillende belangrijke steden van Moab in één nacht zullen worden verwoest. Ar-Moab en Kir-Moab, belangrijke vestingsteden, zullen tot ruïnes worden.
De beschrijving van de rouw is intens en emotioneel. De inwoners zullen naar de hoogtempels gaan om te wenen, maar hun afgodendienst zal hen niet kunnen redden. Hesbon en Eleale, vruchtbare steden in het noorden van Moab, zullen jammeren, en hun geschrei zal tot ver in de omgeving te horen zijn.
Jesaja's Medelijden (verzen 5-9)
Opmerkelijk genoeg toont Jesaja persoonlijk medelijden met Moab: 'Mijn hart roept om Moab.' Dit illustreert dat Gods oordeel, hoewel rechtvaardig, geen vreugde brengt aan de ware profeten. De beschrijving van vluchtelingen die naar Zoar vluchten en de uitdroging van wateren symboliseert de totale verwoesting.
De wateren van Nimrim zullen uitdrogen en de graslanden zullen verdorren. Dit beeldrijke taalgebruik onderstreept de volledigheid van het oordeel - zowel de steden als het platteland zullen lijden.