Inleiding tot Jesaja 12
Jesaja hoofdstuk 12 vormt een prachtig dankzeggingslied dat de climax markeert van de eerste sectie van het boek Jesaja. Na de intense profetieën over oordeel en herstel in de voorafgaande hoofdstukken, biedt dit korte hoofdstuk van slechts zes verzen een uitbarsting van vreugde en dankbaarheid. Het is alsof de profeet ons meeneemt in een vooruitblik op de tijd wanneer Gods volk volledig gered en hersteld zal zijn.
Structuur van het Hoofdstuk
Het hoofdstuk valt duidelijk uiteen in twee delen:
- Verzen 1-3: Een persoonlijke dankzegging
- Verzen 4-6: Een oproep tot collectieve lofprijzing
Persoonlijke Dankbaarheid (verzen 1-3)
Vers 1: Van Toorn naar Troost
"En u zult op die dag zeggen: Ik dank U, HEER, want hoewel U toornig op mij was, is uw toorn weggenomen en hebt U mij getroost."
Dit vers begint met een erkenning van Gods rechtvaardigheid. De spreker erkent dat Gods toorn terecht was, maar viert nu de wending die heeft plaatsgevonden. Het Hebreeuwse woord voor "getroost" (nacham) impliceert niet alleen verlichting van verdriet, maar ook actieve zorg en herstel.
Vers 2: God als Redder en Kracht
"Zie, God is mijn heil, ik vertrouw en vrees niet, want de HEER, ja de HEER, is mijn sterkte en mijn lied, Hij is mij tot heil geworden."