De tekst van Jeremia 8:2
"En zij zullen ze uitspreiden voor de zon en voor de maan en voor het ganse heir des hemels, die zij liefgehad hebben, en die zij gediend hebben, en die zij nagewandeld hebben, en die zij gezocht hebben, en voor wie zij zich nedergebogen hebben; zij zullen niet verzameld noch begraven worden, zij zullen tot mest worden op de aardbodem."
Context van het vers
Jeremia 8:2 vormt onderdeel van een donkere profetie over het komende oordeel over Juda en Jeruzalem. In de voorafgaande verzen (7:30-8:1) heeft God door Jeremia aangekondigd dat Hij de beenderen van koningen, vorsten, priesters, profeten en inwoners van Jeruzalem uit hun graven zal laten halen.
De betekenis van "uitspreiden voor de zon, maan en hemelheir"
Het Hebreeuwse werkwoord "שטח" (shatach) betekent letterlijk "uitspreiden" of "uitstrekken". Dit was een uiterste vorm van vernedering in de oude Nabij-Oosterse cultuur. Begrafenis was van groot belang voor de eer van een persoon, en het ontkennen van een fatsoenlijke begrafenis was de grootste schande.
De ironie is scherp: de hemellichamen die het volk had aanbeden (zon, maan en sterren - "het hemelheir" of "צבא השמים" tsaba hashamayim) zouden nu getuige zijn van hun vernedering. Wat zij als goden hadden vereerd, zou nu toezien op hun schande.