De tekst van Jeremia 51:40
Jeremia 51:40 luidt: 'Ik zal hen naar het slachthuis brengen als lammeren, als rammen met bokken.' Dit vers vormt onderdeel van een uitgebreide profetie tegen Babylon in Jeremia hoofdstukken 50-51, waarin God Zijn oordeel over deze wereldmacht aankondigt.
Betekenis van de beeldspraak
De beeldspraak in dit vers is krachtig en veelzeggend. God vergelijkt de Babyloniërs met lammeren, rammen en bokken die naar het slachthuis worden geleid. In het Hebreeuws worden de woorden 'kevaśim' (lammeren), 'êlim' (rammen) en 'attudim' (bokken) gebruikt. Deze dieren waren symbolen van kracht en trots, maar worden hier voorgesteld als hulpeloos vee dat zijn lot niet kan ontlopen.
De ironie is treffend: Babylon, ooit de machtigste natie ter wereld, wordt gereduceerd tot slachtvee. Waar zij anderen hadden onderworpen en vernederd, zouden zij nu zelf ten onder gaan.
Context binnen het hoofdstuk
Jeremia 51 beschrijft uitvoerig de val van Babylon. Vers 40 komt na een reeks van oordelen waarin God verklaart dat Hij Babylon zal straffen voor haar trots en haar behandeling van Zijn volk. De profeet gebruikt verschillende beelden om de totale vernietiging van Babylon te beschrijven.