De tekst van Jeremia 31:6
"Want er zal een dag komen dat de wachters op het gebergte van Efraïm roepen: 'Kom, laten we naar Sion trekken, naar de HEER, onze God!'" (NBV)
Betekenis van belangrijke woorden
Wachters (Hebreeuws: notsrim) verwijst naar de wachtposten die op hoge plaatsen stonden om uit te kijken naar gevaar of belangrijk nieuws. In dit vers worden zij de verkondigers van het goede nieuws dat God Zijn volk zal herstellen.
Het gebergte van Efraïm duidt op het noordelijke koninkrijk Israël. Efraïm was de grootste stam van dit koninkrijk en wordt vaak gebruikt om het hele noordelijke gebied aan te duiden.
Sion is een andere naam voor Jeruzalem, specifiek de tempelberg waar God geëerd werd. Het symboliseert het centrum van de ware aanbidding.
Context binnen Jeremia 31
Dit vers staat in het hart van wat wel 'Het Boek van de Troost' wordt genoemd (Jeremia 30-33). Na hoofdstukken vol oordeel en waarschuwing, brengt Jeremia hier een boodschap van hoop. God belooft herstel voor zowel het zuidelijke koninkrijk Juda als het noordelijke koninkrijk Israël.
Theologische betekenis
Het vers spreekt van een toekomstige tijd waarin de verdeeldheid tussen noord en zuid wordt weggenomen. De wachters op Efraïms bergen - dus vanuit het noordelijke gebied - roepen op om naar Jeruzalem te gaan. Dit is bijzonder omdat het noordelijke koninkrijk zich eeuwen eerder had afgescheiden en eigen heiligdommen had opgericht.