De tekst van Jeremia 31:24
Jeremia 31:24 luidt in de NBV: 'Dan zullen in Juda en al zijn steden wonen de boeren en zij die met hun kudden rondtrekken.' Dit vers vormt onderdeel van een groter geheel waarin God door de profeet Jeremia His beloften van herstel en vernieuwing verkondigt.
Betekenis van de woorden
Het Hebreeuwse woord voor 'boeren' (אִכָּרִים, ikkarim) verwijst naar landbouwers die zich bezighouden met akkerbouw en een sedentaire levensstijl hebben. Het woord voor 'zij die met kudden rondtrekken' (נָסְעוּ בְעֵדֶר, nas'u be-eder) beschrijft nomadische herders die met hun vee van plaats naar plaats trekken. Deze twee groepen vertegenwoordigen verschillende economische en sociale systemen die historisch gezien vaak in conflict waren vanwege concurrerende claims op land en water.
Context binnen Jeremia 31
Dit vers staat in het hart van wat wel 'het Boek der Vertroosting' (Jeremia 30-33) wordt genoemd. Jeremia 31 bevat enkele van de mooiste beloften van Gods herstel, inclusief de beroemde passage over het nieuwe verbond (verzen 31-34). Vers 24 illustreert hoe dit herstel er praktisch uit zal zien: verschillende bevolkingsgroepen die vreedzaam samenleven in het beloofde land.