Jeremia 16:11 Tekst en Vertaling
Jeremia 16:11 (NBV) luidt: 'Dan moet je tegen hen zeggen: Omdat jullie voorouders mij hebben verlaten – spreekt de HEER – en andere goden zijn gaan volgen, hen hebben gediend en zich voor hen hebben neergebogen. Mij hebben zij verlaten en mijn wet niet onderhouden.'
De Betekenis van Jeremia 16:11
Dit vers vormt Gods antwoord op een vraag die het volk Juda zou stellen wanneer het oordeel over hen komt. In vers 10 kondigt God aan dat het volk zal vragen: 'Waarom heeft de HEER dit grote onheil over ons uitgesproken?' Jeremia 16:11 geeft Gods directe en onverbloemde antwoord.
Gods Aanklacht tegen Juda
God formuleert hier een drievoudige aanklacht tegen de voorouders van het volk:
1. Het verlaten van God: Het Hebreeuwse woord 'azab' (עזב) betekent letterlijk 'in de steek laten' of 'opgeven'. Dit duidt op een bewuste beslissing om de relatie met God te verbreken.
2. Het volgen van andere goden: Het volk koos ervoor om andere goden 'na te lopen' (halak acharei), wat een beeld oproept van iemand die bewust een ander pad kiest.
3. Het dienen en aanbidden: De combinatie van 'dienen' (abad) en 'zich neerbuigen' (hishtachawa) beschrijft de volledige toewijding aan afgoden, zowel in praktische dienst als in aanbidding.