Jeremia 12:2 - De Tekst en Vertaling
Jeremia 12:2 luidt: "U hebt hen geplant en zij hebben wortel geschoten, zij groeien op en dragen ook vrucht. U bent nabij in hun mond, maar ver van hun hart." Dit vers vormt het hart van Jeremia's klacht over de schijnbare voorspoed van goddelozen.
Context in Jeremia 12
Het twaalfde hoofdstuk van Jeremia begint met een diepe vraag die vele gelovigen door de eeuwen heen hebben gesteld: waarom hebben slechte mensen vaak succes terwijl rechtvaardigen lijden? Jeremia richt zich rechtstreeks tot God met deze vraag in vers 1, en vers 2 beschrijft vervolgens de situatie van deze voorspoedige maar ontrouwe mensen.
Betekenis van de Hebreeuwse Woorden
Het Hebreeuwse woord voor "geplant" (nata) suggereert dat God deze mensen bewust een plaats en positie heeft gegeven. Het woord voor "hart" is letterlijk kelayot (nieren), wat in het Hebreeuws het centrum van emoties en geweten aanduidt - het diepste innerlijke van de mens.
Theologische Betekenis
Dit vers onthult een krachtige waarheid over schijnheiligheid. God erkent dat Hij deze mensen succes heeft gegeven - zij zijn niet per ongeluk voorspoedig. Echter, hun religiositeit is oppervlakkig. Zij spreken wel over God ("nabij in hun mond"), maar hun innerlijke leven is ver van Hem verwijderd.