De Tekst van Jeremia 11:5
Jeremia 11:5 luidt: 'opdat ik de eed gestand doe die ik uw voorvaderen gezworen heb: hun een land te geven dat overvloeit van melk en honing, zoals het nu is.' Toen antwoordde ik: 'Amen, HEER.'
Gods Trouw aan Zijn Verbondsbeloften
Dit vers staat centraal in Gods herinnering aan het verbond dat Hij met Israël heeft gesloten. Het Hebreeuwse woord voor 'eed gestand doen' (הָקִים, hakim) betekent letterlijk 'oprichten' of 'bevestigen'. God toont hier Zijn onwankelbare trouw aan de beloften die Hij aan Abraham, Isaak en Jakob heeft gedaan.
De uitdrukking 'land dat overvloeit van melk en honing' (אֶרֶץ זָבַת חָלָב וּדְבַשׁ) is een klassieke Bijbelse beschrijving van het beloofde land. Melk symboliseert de overvloed van vee en veeteelt, terwijl honing wijst op de natuurlijke zoetheid en vruchtbaarheid van het land.
Jeremia's Respons: 'Amen, HEER'
Jeremia's antwoord 'Amen, HEER' (אָמֵן יְהוָה) is meer dan een simpele bevestiging. Het Hebreeuwse 'Amen' betekent 'vast', 'betrouwbaar' of 'waar'. Door dit te zeggen erkent Jeremia niet alleen de waarheid van Gods woorden, maar ook Zijn recht om het volk te oordelen wanneer zij het verbond breken.
Context binnen Jeremia 11
Dit vers valt binnen Gods aanklacht tegen Judah wegens verbondsbreuk. God herinnert het volk eraan dat Hij Zijn deel van het verbond heeft vervuld - Hij heeft hen het beloofde land gegeven. Nu roept Hij hen op tot gehoorzaamheid aan de verbondsvoorwaarden.