De tekst van Hebreeën 5:3
Hebreeën 5:3 luidt: "Daarom moet hij ook voor zichzelf offers brengen voor de zonden, zoals hij dat voor het volk doet." Dit vers staat centraal in de beschrijving van het Oudtestamentische hogepriesterschap en vormt een belangrijk contrast met Christus' priesterschap.
Context en betekenis
De schrijver van Hebreeën legt uit wat een hogepriester doet. In vers 1 lezen we dat elke hogepriester "uit de mensen genomen" wordt en "aangesteld om te handelen namens mensen bij God." Vers 2 benadrukt dat hij "geduldig kan zijn met de onwetenden en dwalenden omdat hij zelf ook omringd is door zwakheid."
Dit brengt ons bij vers 3, waarin het Griekse woord "dia touto" (daarom) een logische conclusie introduceert: omdat de hogepriester zelf zwak is en onderhevig aan zonde, moet hij offers brengen voor zijn eigen zonden.
Het Griekse 'opheilei'
Het Griekse werkwoord "opheilei" betekent "hij is verplicht" of "hij moet." Dit is geen optie maar een noodzaak. De hogepriester had geen keus - zijn eigen zondigheid vereiste dat hij eerst voor zichzelf offerde voordat hij voor anderen kon bemiddelen. Het Griekse "peri" (voor) wordt tweemaal gebruikt, wat de parallelle verplichting benadrukt: zowel voor zichzelf als voor het volk.