De Verschrikkelijke Macht van Babylon
Habakuk 1:7 luidt: "Verschrikkelijk en vreselijk is het; zijn recht en zijn verheffing gaat van hemzelf uit." Dit vers is onderdeel van Gods antwoord op de profeet Habakuk, die klaagde over het onrecht in Juda. God openbaart hier dat Hij de Babyloniërs (Chaldeeën) zal gebruiken als instrument van oordeel.
Woordbetekenis en Analyse
Het Hebreeuwse woord voor "verschrikkelijk" is ayom, wat duidt op iets dat vrees en ontzag inboezemt. "Vreselijk" vertaalt nora, wat spreekt van iets dat angstaanjagend is. Deze woorden benadrukken de militaire macht en wreedheid van het Babylonische rijk onder Nebukadnessar.
De zin "zijn recht en zijn verheffing gaat van hemzelf uit" is bijzonder betekenisvol. Het Hebreeuwse mishpato (zijn recht) en se'eto (zijn verheffing) wijzen erop dat dit volk zichzelf als maatstaf neemt. Ze erkennen geen hogere autoriteit dan zichzelf en scheppen hun eigen rechtssysteem.
Gods Soevereine Plan
Dit vers toont Gods soevereiniteit in de geschiedenis. Hoewel de Babyloniërs wreed en eigengereid zijn, gebruikt God hen toch om Zijn oordeel over Juda uit te voeren. Dit illustreert hoe God zelfs goddeloze naties kan gebruiken om Zijn plannen te vervullen, zonder dat Hij hun zonden goedkeurt.